Fort De Bilt
NSB vrouwenkamp
1945-1946

Introductie
Het waarom van deze uitgave
Fragmenten uit het interview
Historische foto’s

 

 

Bestellen





 

Een paar fragmenten uit het interview

(…)
Brood NSB-ers
‘Achteraf heb ik me wel eens afgevraagd: wat merkwaardig dat we toen eigenlijk geen grote problemen hebben gehad. Ik weet niet hoe het kwam. Ik heb nooit rellen gehad. Ondanks alles was er een goede sfeer. Er waren wel vrouwen bij die apathisch waren van verdriet. Maar de meesten van die duizend vrouwen, wat zal ik zeggen: het waren brood NSB-ers. Ik had vooral medelijden met hen. Die mannen waren werkeloos want we hebben het wel over de dertiger jaren. En dan kwam er een politieke partij die je de hemel op aarde belooft en een volksmenner die weet hoe hij het brengen moet. En die mannen worden NSB-ers en die vrouwen weten niet eens waar het over gaat maar die hopen dat ze het wat beter krijgen. De meesten hadden totaal geen verstand van politiek. En dat heb ik heel veel gezien. Maar natuurlijk waren er ook bij die nog altijd heel sterk op de Nazi’s betrokken waren’.

 

(…)

Tot rust gekomen

‘Er waren een heleboel vrouwen die tot rust kwamen. Dat klinkt misschien gek maar ze hadden een hectisch leven achter de rug. Een huis vol kinderen en mannen die achter die NSB aanholden, die fanatiek waren en dat thuis ook probeerden door te voeren. Ze moesten met van alles meedoen. Het was voor die vrouwen armoede voor de oorlog en tijdens de oorlog hadden de meesten het ook niet breed. Nu zaten ze met elkaar op Fort De Bilt. Babykleertjes te breien, ze zaten met elkaar te praten, ze zaten gedachten uit te wisselen en maakten afspraken over wat te doen als ze vrij zouden komen. Het was een dramatische tijd met veel verbittering maar tegelijk vonden veel vrouwen ook rust’.

 

(…)

Oude wonden, oude littekens

‘Ik heb een eigenaardig leven gehad. Ik heb in die tijd gedaan wat ik kon om de menselijkheid te bewaren. Dat was niet altijd makkelijk omdat de tijdgeest heel anders was. Men wilde wraak. Er werden ook mensen gevangen gezet, niet omdat ze wat verkeerds gedaan hadden in de oorlog maar voor hun eigen veiligheid. Omdat de buurt hen had aangegeven en ze niet meer terugkonden naar hun huis. Ik weet dat er nu nog na zo’n lange tijd heel veel verdriet is onder de mensen over die tijd. De ouders en grootouders praten niet. Meestal niet. Ze zijn ‘fout’ geweest. Een fout die hun een leven lang en over de generaties heen aangerekend wordt. En ik weet dat de kinderen het hun hele leven gevoeld hebben dat er iets was met die oorlog. Dat de vierde en vijfde mei elk jaar weer moeilijke dagen waren. Soms weten de kinderen en kleinkinderen het nog steeds niet. Maar de meeste mensen hadden geen behoefte om te praten na de oorlog. Dat deed je niet en je maakte je zeker niet populair wanneer je zei dat je NSB-er was geweest. Je moet je voorstellen dat de mensen een wond opgelopen hebben. Een wond die niet meer bloedt maar nog wel een pijnlijke littekens heeft achtergelaten’.


(…)

Verzoening

‘Soms doen zich kansen voor om te verzoenen of schoon schip te maken maar dan zijn er toch weer andere zwart-wit denkers die deze pogingen de grond inboren. Ook al kan je niet vergeten, je zou toch tenminste een poging moeten doen om te vergeven. Verzoening is de sleutel van het hele verhaal. Verzoenen met het leven, met dat wat er is gebeurd in het verleden en ook met de opdracht die mensen nu hebben. Dat is vreselijk moeilijk. Soms denk ik, het moet wel van twee kanten komen. Maar als je het leven niet als een geschenk kan aanvaarden, dan wordt het moeilijk om een ander, die jou of jouw familie in het verleden kwaad heeft aangedaan, te vergeven. Dan blijf je in onschuldige kinderen, vijanden zien. Maar toch moet het. In ieder geval zouden we het moeten proberen. We moeten oppassen dat we ons trauma niet gaan koesteren. De kinderen en kleinkinderen van NSB-ers hoeven zich niet te schamen voor hun ouders en mogen trots zijn op hun land, cultuur en alle positieve dingen die we met elkaar beleven. Maar we moeten met hen ook de zwarte bladzijden van de geschiedenis lezen. We moeten ze de mogelijkheid bieden om onze geschiedenis te onderzoeken. En dan ook weer op tijd die zwarte bladzijden omslaan. We moeten het niet negeren maar er van leren omdat het mensen waren. En mensen die het elkaar hebben aangedaan. Omdat het om mensen gaat, daarom moeten we vergeven en verzoenen. Dat is onze taak’.