Didactische aanwijzingen bij het Vooroordelenspel
Werkwijze
OPDRACHT - In het
spel worden leerlingen uitgedaagd keuzen te maken. Spelenderwijs ontdekken ze
de inhoud van begrippen als waar of niet waar, feit of mening,
generalisaties, vooroordelen, grondrechten en discriminatie. In het eerste
deel staan enkele tientallen beweringen centraal. De leerlingen kunnen deze
beweringen toetsen aan hun eigen opvattingen. Dit onderdeel is
zelfcorrigerend. Het tweede onderdeel is gericht op het discriminatieverbod.
Aan de hand van fotocollages ontdekken de leerlingen dat discriminatie naar
godsdienst, sexe, politieke overtuiging, etnische afkomst en huidkleur
verboden is. Tot slot passen ze deze begrippen toe aan de hand van enkele
krantenberichten waarin op verschillende manieren op discriminatie gereageerd
wordt.
NETWERK OF SCHOOLWERK - De doelstellingen van
het Vooroordelenspel kunnen na een introductie in één les behaald worden. Het
spel kan desgewenst op een netwerk geīnstalleerd worden. Indien onvoldoende
lestijd beschikbaar is, kan het spel in de mediatheek geīnstalleerd worden
zodat de leerlingen het spel individueel of in tweetallen buiten de les
kunnen spelen. In de les kan dan een nabespreking volgen en gezamenlijk
conclusies worden getrokken.
LEESTEKST VOOR DEELNEMERS - Het
vooroordelenspel bevat een printbare leestekst over Grondrechten,
discriminatie en vrede maken. Deze tekst kan behulpzaam zijn bij een
spreekbeurt of werkstuk.
Doelstellingen
De deelnemers kunnen het verschil tussen een feit en een mening
benoemen en een voorbeeld geven.
ˇ
De
deelnemers kunnen omschrijven wat een vooroordeel is en voorbeelden in hun
eigen leefomgeving benoemen.
ˇ
De
deelnemers kunnen aangeven dat het bij vooroordelen niet zozeer gaat om goed
of slecht maar om waar en niet waar.
ˇ
De
deelnemers kunnen aangeven dat negatieve vooroordelen kunnen leiden tot
discriminatie.
ˇ
De
deelnemers kunnen diverse vormen van discriminatie benoemen en relateren aan
het gelijkheidsbeginsel of het discriminatieverbod.
Introductie
VERHAAL - Het Vooroordelenspel kan met het volgende
verhaal geīntroduceerd worden. In het Tolerantiemuseum in Los Angeles is een
zaal met twee ingangen. Boven de ene ingang staat een bord met daarop: `Voor
bezoekers zonder vooroordelen'. En boven de andere ingang staat: `Voor
bezoekers met vooroordelen'. Stel dat je de zaal in wilt, welke ingang
zou je kiezen? Er volgt een gesprekje over de mogelijke keuzen en u vertelt
dat in het Tolerantiemuseum de deur met het bordje `Voor bezoekers zonder
vooroordelen' is afgesloten. Alle bezoekers moeten naar binnen door de deur
met het bordje `Voor mensen met vooroordelen'.
CONCLUSIES - Stel al pratend een definitie van vooroordelen samen.
Probeer aan te geven dat vooroordelen niet primair te maken hebben met goed
en slecht maar met waar en niet waar. Het gaat dus niet primair om een moreel
oordeel als wel om een beoordeling van feiten. Mogelijke afsluitende
conclusies: Alle mensen hebben vooroordelen. Mensen worden niet met
vooroordelen geboren. Vooroordelen zijn aangeleerd, mensen kunnen ze ook weer
afleren.
Verwerkingssuggesties
NABESPREKING - Bij de nabespreking kunnen de
volgende vragen een rol spelen: Lukte het om vooroordelen te herkennen? Was
het verschil tussen een feit en een mening duidelijk? Wie kan zeggen wat
generalisaties zijn? Welke redenen voor discriminatie, die in de wet verboden
zijn, kun je noemen?
KINDEREN EN JONGEREN - Stel de
deelnemers de vraag: Welke vooroordelen bestaan er over kinderen en jongeren?
Zijn er verschillende voorbeelden voor jongens en voor meisjes? `Kinderen
maken altijd lawaai. Jongens zijn knullig in het vak verzorging. Meisjes zijn
niet technisch'. We zetten het woord `alle' niet voor kinderen, jongens en
meisjes maar dat wordt wel zo bedoeld. De deelnemers bedenken zelf een
voorbeeld van een vooroordeel. Bijvoorbeeld over henzelf, uit de reclame,
over de school, de woonomgeving, de streek enz. Na enige tijd worden de
vooroordelen verzameld en beoordeeld. Is het inderdaad een vooroordeel? Is er
een generalisatie gebruikt? Hoe kunnen we het vooroordeel omzetten in een
oordeel?
ONBEKEND EN ONBEMIND - Vooroordelen hebben
voor een groot deel te maken met onbekendheid. Vraag aan de groep om het
karakter van de Spanjaard te omschrijven. En van de Duitser. Wat valt op?
Maken de deelnemers gebruik van stereotiepen? Zijn het vooroordelen? Vraag
vervolgens het karakter te beschrijven van de dorps- of wijkgenoot
(Utrechter, Gentenaar, Ridderkerker, Antwerpenaar). Dat wordt lastiger. Dan
de vraag naar de karakteromschrijving van de mensen in de straat. Dat is
moeilijk. Conclusie: naarmate de afstand groter wordt, generaliseren we
gemakkelijker. Kennismaken met andere culturen kan vooroordelen tegengaan.
ESKIMO'S EN INDIANEN - Vraag aan de
deelnemers om de kenmerken te noemen van een Indiaan. Wat valt op? Hebben
indianen een verentooi, wonen ze in een wigwam of zijn er ook andere? De
conclusie kan zijn dat we geen kenmerken van de indiaan hebben getekend maar
ons eigen beeld van een indiaan zoals dat gevormd is door films,
stripverhalen, Karl May en Arendsoog. Er zijn heel veel indianenvolken. Ook
eskimo's zijn indianen. Overigens wordt het woord eskimo gezien als een
scheldwoord, het betekent rauwe visvreter. Ze noemen zichzelf Inuīt, dat
betekent mens.
DISCRIMINATIE - Discriminatie betekent
letterlijk: onderscheid maken. Meestal gebruiken we het woord wanneer een
groep mensen negatief behandeld wordt. Dat is in Nederland en België
verboden. Het is in strijd met de grondwet waarin staat dat een ieder gelijk
behandeld dient te worden. We noemen dit artikel ook wel het discriminatieverbod
of het gelijkheidsbeginsel. Dit is niet bedoeld om mensen gelijk te schakelen
maar om de unieke verschillen van mensen te beschermen. Leg de volgende
stellingen aan de leerlingen voor.
ˇ
Alle
mensen zijn gelijk. Eens of niet mee eens?
ˇ
Alle
mensen moeten gelijk behandeld worden. Eens of niet mee eens?
ˇ
Alle
mensen zijn verschillend. Eens of niet mee eens? Ervaringen wijzen uit dat
de meeste leerlingen het eens zijn
met alle drie de stellingen. Dan de volgende:
ˇ
Alle
mensen zijn ongelijk. Eens of niet mee eens?
ˇ
Mannen
en vrouwen moeten op de Olympische spelen tegen elkaar uitkomen. Eens of niet
mee eens?
ˇ
Sommige
Turkse kinderen hebben recht op extra taalles. Eens of niet mee eens?
ˇ
Voor
gehandicapten maken we geen uitzonderingen. Eens of niet mee eens?
Uiteraard
dienen de stellingen in een gesprek genuanceerd te worden. Verschillen geven
mensen een identiteit. In de Nederlandse en Belgische samenleving is iedereen
voor de wet gelijk maar soms moeten mensen apart behandeld (positief
gediscrimineerd) worden, zodat ze meer kansen krijgen in de maatschappij.
Mensen moeten in gelijke gevallen gelijk behandeld worden. Maar omdat er vaak
sprake is van een maatschappelijke achterstand, is ongelijke behandeling voor
sommige mensen nodig.
|