Voor gebruik van de CD-Rom is nodig: Windows 3.1. of hoger met 256 kleuren, geluidkaart en 8 Mb intern geheugen. Het spel is in principe op een netwerk te gebruiken. Door het spel enkele keren te spelen worden alle vragen beantwoord en is het doel bereikt. De inhoud sluit aan bij de kerndoelen eerste fase basisvorming. De speeltijd is ongeveer 15 minuten.

Dit product is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met het Vredescentrum van de Stad Antwerpen.

Het Vooroordelenspel
(CD-Rom en handleiding) kost:
€ 9,00

 

Colofon
Het Vooroordelenspel is een project van de Stichting Vredeseducatie in Utrecht, het Vredescentrum van de Stad Antwerpen en het Nationaal Oorlogs- en Verzetsmuseum Overloon. Het Vooroordelenspel werd opgenomen in het programma van V-Dag, een initiatief van de Vlaamse Gemeenschap, departement onderwijs. Het spel is bedoeld voor kinderen en jongeren in het onderwijs en jeugd- en jongerenwerk vanaf 11 jaar.
Het Vooroordelenspel werd mogelijk gemaakt door: het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, de Nationale Commissie voor Internationale Samenwerking en Duurzame Ontwikkeling (NCDO), het Project Invoering Nieuwe Technologieën (PRINT) en de Commissie van de Europese Gemeenschappen. Samenstelling en productie: Rob Elsas, Jan Durk Tuinier en Geu Visser, Tekeningen: Kees van der Knaap. Fotocollages: Jan Durk Tuinier.

 

 

Vooroordelenspel
Vanaf 12 jaar

In dit spel worden de spelers uitgedaagd keuzen te maken met behulp van de begrippen: waar of niet waar, feit of mening, generalisaties, vooroordelen, grondrechten en discriminatie. In het eerste zelfcorrigerende onderdeel staan enkele tientallen beweringen gekoppeld aan fraai getekende illustraties met geluid centraal. De leerlingen krijgen de opdracht om de begripsomschrijvingen te toetsen aan hun eigen opvattingen. In het tweede deel ontdekken de spelers aan de hand van fotocollages dat discriminatie naar godsdienst, sexe, politiek overtuiging, etnische afkomst en huidskleur verboden is. Tot slot passen ze deze begrippen toe aan de hand van enkele krantenberichten waarin op verschillende manieren op discriminatie gereageerd wordt.

 

Enkele beeldschermen uit deze CD-ROM: klik op een plaatje om hem in het groot te zien.

 

            

 



 

 


Didactische aanwijzingen bij het Vooroordelenspel

Werkwijze
OPDRACHT - In het spel worden leerlingen uitgedaagd keuzen te maken. Spelenderwijs ontdekken ze de inhoud van begrippen als waar of niet waar, feit of mening, generalisaties, vooroordelen, grondrechten en discriminatie. In het eerste deel staan enkele tientallen beweringen centraal. De leerlingen kunnen deze beweringen toetsen aan hun eigen opvattingen. Dit onderdeel is zelfcorrigerend. Het tweede onderdeel is gericht op het discriminatieverbod. Aan de hand van fotocollages ontdekken de leerlingen dat discriminatie naar godsdienst, sexe, politieke overtuiging, etnische afkomst en huidkleur verboden is. Tot slot passen ze deze begrippen toe aan de hand van enkele krantenberichten waarin op verschillende manieren op discriminatie gereageerd wordt.

NETWERK OF SCHOOLWERK - De doelstellingen van het Vooroordelenspel kunnen na een introductie in één les behaald worden. Het spel kan desgewenst op een netwerk geīnstalleerd worden. Indien onvoldoende lestijd beschikbaar is, kan het spel in de mediatheek geīnstalleerd worden zodat de leerlingen het spel individueel of in tweetallen buiten de les kunnen spelen. In de les kan dan een nabespreking volgen en gezamenlijk conclusies worden getrokken.

LEESTEKST VOOR DEELNEMERS - Het vooroordelenspel bevat een printbare leestekst over Grondrechten, discriminatie en vrede maken. Deze tekst kan behulpzaam zijn bij een spreekbeurt of werkstuk.

Doelstellingen
De deelnemers kunnen het verschil tussen een feit en een mening benoemen en een voorbeeld geven.

ˇ           De deelnemers kunnen omschrijven wat een vooroordeel is en voorbeelden in hun eigen leefomgeving benoemen.

ˇ           De deelnemers kunnen aangeven dat het bij vooroordelen niet zozeer gaat om goed of slecht maar om waar en niet waar.

ˇ           De deelnemers kunnen aangeven dat negatieve vooroordelen kunnen leiden tot discriminatie.

ˇ           De deelnemers kunnen diverse vormen van discriminatie benoemen en relateren aan het gelijkheidsbeginsel of het discriminatieverbod.

Introductie
VERHAAL - Het Vooroordelenspel kan met het volgende verhaal geīntroduceerd worden. In het Tolerantiemuseum in Los Angeles is een zaal met twee ingangen. Boven de ene ingang staat een bord met daarop: `Voor bezoekers zonder vooroordelen'. En boven de andere ingang staat: `Voor bezoekers met vooroordelen'. Stel dat je de zaal in wilt, welke ingang zou je kiezen? Er volgt een gesprekje over de mogelijke keuzen en u vertelt dat in het Tolerantiemuseum de deur met het bordje `Voor bezoekers zonder vooroordelen' is afgesloten. Alle bezoekers moeten naar binnen door de deur met het bordje `Voor mensen met vooroordelen'.

CONCLUSIES
- Stel al pratend een definitie van vooroordelen samen. Probeer aan te geven dat vooroordelen niet primair te maken hebben met goed en slecht maar met waar en niet waar. Het gaat dus niet primair om een moreel oordeel als wel om een beoordeling van feiten. Mogelijke afsluitende conclusies: Alle mensen hebben vooroordelen. Mensen worden niet met vooroordelen geboren. Vooroordelen zijn aangeleerd, mensen kunnen ze ook weer afleren.

Verwerkingssuggesties
NABESPREKING - Bij de nabespreking kunnen de volgende vragen een rol spelen: Lukte het om vooroordelen te herkennen? Was het verschil tussen een feit en een mening duidelijk? Wie kan zeggen wat generalisaties zijn? Welke redenen voor discriminatie, die in de wet verboden zijn, kun je noemen?

KINDEREN EN JONGEREN - Stel de deelnemers de vraag: Welke vooroordelen bestaan er over kinderen en jongeren? Zijn er verschillende voorbeelden voor jongens en voor meisjes? `Kinderen maken altijd lawaai. Jongens zijn knullig in het vak verzorging. Meisjes zijn niet technisch'. We zetten het woord `alle' niet voor kinderen, jongens en meisjes maar dat wordt wel zo bedoeld. De deelnemers bedenken zelf een voorbeeld van een vooroordeel. Bijvoorbeeld over henzelf, uit de reclame, over de school, de woonomgeving, de streek enz. Na enige tijd worden de vooroordelen verzameld en beoordeeld. Is het inderdaad een vooroordeel? Is er een generalisatie gebruikt? Hoe kunnen we het vooroordeel omzetten in een oordeel?

ONBEKEND EN ONBEMIND - Vooroordelen hebben voor een groot deel te maken met onbekendheid. Vraag aan de groep om het karakter van de Spanjaard te omschrijven. En van de Duitser. Wat valt op? Maken de deelnemers gebruik van stereotiepen? Zijn het vooroordelen? Vraag vervolgens het karakter te beschrijven van de dorps- of wijkgenoot (Utrechter, Gentenaar, Ridderkerker, Antwerpenaar). Dat wordt lastiger. Dan de vraag naar de karakteromschrijving van de mensen in de straat. Dat is moeilijk. Conclusie: naarmate de afstand groter wordt, generaliseren we gemakkelijker. Kennismaken met andere culturen kan vooroordelen tegengaan.

ESKIMO'S EN INDIANEN - Vraag aan de deelnemers om de kenmerken te noemen van een Indiaan. Wat valt op? Hebben indianen een verentooi, wonen ze in een wigwam of zijn er ook andere? De conclusie kan zijn dat we geen kenmerken van de indiaan hebben getekend maar ons eigen beeld van een indiaan zoals dat gevormd is door films, stripverhalen, Karl May en Arendsoog. Er zijn heel veel indianenvolken. Ook eskimo's zijn indianen. Overigens wordt het woord eskimo gezien als een scheldwoord, het betekent rauwe visvreter. Ze noemen zichzelf Inuīt, dat betekent mens.

DISCRIMINATIE - Discriminatie betekent letterlijk: onderscheid maken. Meestal gebruiken we het woord wanneer een groep mensen negatief behandeld wordt. Dat is in Nederland en België verboden. Het is in strijd met de grondwet waarin staat dat een ieder gelijk behandeld dient te worden. We noemen dit artikel ook wel het discriminatieverbod of het gelijkheidsbeginsel. Dit is niet bedoeld om mensen gelijk te schakelen maar om de unieke verschillen van mensen te beschermen. Leg de volgende stellingen aan de leerlingen voor.

ˇ         Alle mensen zijn gelijk. Eens of niet mee eens?

ˇ         Alle mensen moeten gelijk behandeld worden. Eens of niet mee eens?

ˇ         Alle mensen zijn verschillend. Eens of niet mee eens? Ervaringen wijzen uit dat de  meeste leerlingen het eens zijn met alle drie de stellingen. Dan de volgende:

ˇ         Alle mensen zijn ongelijk. Eens of niet mee eens?

ˇ         Mannen en vrouwen moeten op de Olympische spelen tegen elkaar uitkomen. Eens of niet mee eens?

ˇ         Sommige Turkse kinderen hebben recht op extra taalles. Eens of niet mee eens?

ˇ         Voor gehandicapten maken we geen uitzonderingen. Eens of niet mee eens?

Uiteraard dienen de stellingen in een gesprek genuanceerd te worden. Verschillen geven mensen een identiteit. In de Nederlandse en Belgische samenleving is iedereen voor de wet gelijk maar soms moeten mensen apart behandeld (positief gediscrimineerd) worden, zodat ze meer kansen krijgen in de maatschappij. Mensen moeten in gelijke gevallen gelijk behandeld worden. Maar omdat er vaak sprake is van een maatschappelijke achterstand, is ongelijke behandeling voor sommige mensen nodig.