|
“Fort De Bilt: kijken, voelen, zien en handelen!” Een interview met Henk
Heinhuis van de Wim Sonneveldschool
|
|
|
Op
de Wim Sonneveldschool worden we vriendelijk door een paar jongens naar de conciërge
verwezen. Die was al op de hoogte van onze komst en brengt ons naar Henk
Heinhuis, docent lichamelijke opvoeding, maar ook ambulant begeleider en
zorgconsulent aan deze school. Deze school biedt leerlingen
leerwegondersteuning in het VMBO gedurende 4 jaar. Dit gebeurt op allerlei
niveaus, variërend van praktijkonderwijs tot aan mavo-niveau. De populatie is
heel divers en varieert van kinderen met ADHD tot aan stille kinderen of
kinderen met een contactstoornis. De groepen zijn niet groter dan 15 leerlingen.
Deze groepen worden bewust gemixed samengesteld en niet op bepaalde
eigenschappen van kinderen. |
|
Anders kijken
In de school zijn veiligheid, maar ook weerbaarheid en structuur
heel belangrijk. De ontwikkeling van leerlingen staat voorop en als je daar
wat langer de tijd voor nodig hebt dan kan dat. Inmiddels is deze school ook
een vaste bezoeker van Fort De Bilt geworden. De bezoeken vinden altijd
plaats in het kader van een bepaald project. Dit schooljaar, in december, was
dat een schoolbreed project “Anders Kijken”. Vorig jaar stond het bezoek in
het teken van het 4 en 5 mei project. Leermoment
Er was wel een duidelijk verschil tussen het laatste
bezoek en de bezoeken daarvoor en dat was de reis er naar toe. Moesten ze
vorige keren steeds met het openbaar vervoer naar Fort De Bilt, in december
werden ze, dankzij subsidie van de Rabobank Utrecht, met de bus opgehaald en
weer teruggebracht. Met Henk Heinhuis praten we eerst eens over de voor-en
nadelen van georganiseerd busvervoer: “Met het openbaar vervoer reizen is een
goed leermoment. Maar je bent onderweg wel erg bezig met allerlei
randverschijnselen, die op zich heel goed kunnen zijn, maar ook de aandacht
weer afleiden van de ervaringen die ze op Fort De Bilt opdoen”. Randverschijnselen
De Wim Sonneveldschool bezoekt ook wel eens andere musea.
Dat doen ze vaak in grote groepen.
“En dan merk je toch dat al die randverschijnselen te prominent
aanwezig zijn. Wil je echt de diepte in, dan is het belangrijk om op een
rustige gestructureerde manier ergens naar toe te gaan. Leerlingen staan dan
meer open voor alles wat ze in het Herinneringscentrum Fort De Bilt of in een
ander museum te zien krijgen en ervaren”. Henk vindt het ook een groot voordeel om per klas te gaan.
De leerlingen kennen elkaar, er ontstaan geen ingewikkelde interacties, wat
je wel kunt hebben als je groepen gaat mixen. Er is rust en dat is heel
belangrijk. Korte prikkels
De manier waarop kinderen kunnen leren op Fort De Bilt
past goed bij de manier waarop ze het op school doen, namelijk leren door
doen. Henk somt een aantal positieve eigenschappen op: “Fort De Bilt heeft
een goed concept, een duidelijke structuur, veel uitdaging, een logische
opbouw, er zijn korte prikkels en dan kunnen ze, hup, weer verder en iedere
leerling heeft een eigen boekje om alles in te vullen. Kortom het is kijken,
voelen, zien en handelen!” Concentratie
Voor sommige kinderen is het nadelig dat door de gangen in
het tentoonstellingsgebouw, het wat onoverzichtelijk is. Dat heeft gevolgen
voor de concentratie. En hoewel Henk de buitenroute goed doordacht vindt
worden de kinderen buiten toch ook enigszins losgelaten. Gelukkig vormt dat
nauwelijks een probleem. Het leren vindt plaats in de interactieve
tentoonstelling. Na afloop worden de routekaarten niet meer uitgebreid
besproken, maar gaan ze verder met het project van de school. Daar worden de
ervaringen verder verdiept. Maar iedereen is ervan overtuigd dat het bij de
leerlingen wel ergens ‘geland’ is. “Soms grijp je in een les ineens weer
terug op Fort De Bilt. Dan kun je bijvoorbeeld refereren aan het
zondebokverschijnsel en dan merk je direct dat ze weten waar je het over
hebt.” |
|