Onderzoek leerlingen Speciaal Onderwijs
Fort De Bilt
Kinderen
uitdagen tot veelzijdig leren in een veilige omgeving
In
de afgelopen maanden is in het Herinneringscentrum Fort De Bilt onderzoek gedaan
naar de ervaringen van leerlingen en onderwijsgevenden uit het speciaal
onderwijs. De achtergrond van dit onderzoek is het gegeven dat jaarlijks
tientallen scholen voor speciaal onderwijs het centrum bezoeken. De leraren
zijn enthousiast over het project en nemen een bezoek aan het
Herinneringscentrum in hun jaarprogramma op. Ze geven aan dat hun leerlingen
het bijzonder naar hun zin hebben in deze leeromgeving.
Onderzoeksvraag Dit vormde de aanleiding van het onderzoek waarin we onszelf de volgende vraag stelden: Hoe komt het dat leerlingen uit het speciaal onderwijs in het Herinneringscentrum tot leren komen? Het gaat om een open vraag met twee belangrijke elementen. In de eerste plaats de eigenschappen van de leerlingen in het speciaal onderwijs in relatie tot het onderwijskundige doelen. In de tweede plaats het specifieke karakter van het Herinneringscentrum Fort De Bilt als leeromgeving over de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog in relatie tot het heden. Verslag Hierbij doen we uitgebreid verslag van onze bevindingen. We hebben antwoord gevonden op de onderzoeksvraag en aanbevelingen geformuleerd voor musea en educatieve instellingen. Jammer genoeg is ook duidelijk geworden dat leerlingen uit het speciaal onderwijs geen prioriteit zijn van veel musea. Tentoonstellingen zijn voornamelijk gericht op de gemiddelde leerling en vragen vaak grote basisvaardigheden wat betreft taal, concentratie en het zelfstandig uitvoeren van taken. Dat levert voor heel veel leerlingen teleurstellingen op. Ze kunnen veelal de concentratie voor veel cijfers en letters niet opbrengen en worden zo onbedoeld weer bevestigd in hun niet-kunnen. Deze gevoelens kunnen ook leiden tot teleurstelling wat tot gevolg kan hebben dat kinderen gaan klieren. Niet omdat deze leerlingen uit zichzelf zo lastig zijn maar omdat ze het niet naar hun zin hebben en niet mee kunnen komen. Het gevolg is dat groepen steeds minder instellingen en musea bezoeken. En dat maakt de cirkel weer rond. Omdat ze niet of nauwelijks komen, worden ze door de musea en instellingen onvoldoende opgemerkt. De aanbevelingen in dit verslag kunnen deze cirkel, voor zover nodig, misschien doorbreken. Onderzoeksmethode Bij de uitvoering van het onderzoek zijn kwalitatieve methoden gebruikt. Dat wil zeggen dat we al werkend en onderzoekend naar een antwoord is gezocht op de gestelde onderzoeksvraag, die gericht was op de eigenschappen, de beleving en het gedrag van scholieren en hun docenten. Uiteraard is het bij deze vorm van onderzoek van belang om de doelgroep zoveel mogelijk onbevooroordeeld te benaderen. Door middel van open vragen naar de beleving en ervaringen van de bezoekers, observatie van leerlingen en verdiepende interviews zijn gegevens verzameld en geordend. De methode is te vergelijken met het afpellen van een ui maar dan zonder oogirritaties. Vanuit de buitenste schillen, algemene vragen, is geprobeerd bij de kern van de vraagstelling te komen. Het onderzoek duurde net zo lang totdat we zogenaamde ‘volle’ antwoorden hadden gevonden op de vraagstelling. Aan het onderzoek werkten 10 onderwijsgevenden en enkele honderden leerlingen mee. |