“Veel leerlingen op deze school hebben een indringend verleden met pesten.”

Een interview met Lieke Boersema van de Martijnschool

 

De Martijnschool, gelegen in de Utrechtse wijk Overvecht is een lom-school voor voortgezet onderwijs en heeft een schakelfunctie. Na twee jaar op deze school worden de leerlingen doorgeschakeld naar het reguliere onderwijs of gaan door op de Martijnschool en doen daar examen tot op MAVO niveau. Diverse klassen hebben in de maand november een bezoek gebracht aan de interactieve tentoonstelling in Fort De Bilt. Wij waren benieuwd naar hun ervaringen en vonden Lieke Boersema bereid om mee te werken aan ons onderzoek.

 

Pestproject

Het bezoek aan de tentoonstelling viel midden in een groots opgezet pestproject. Ingebed in dit project ervoeren de leerlingen het bezoek aan Fort De Bilt echt als een “uitje”.

In de bus was het schoolreisjesgevoel al goed merkbaar, vooral omdat het ook nog de spelersbus van FC Utrecht was. Opgewonden kwamen ze in de filmzaal terecht en hadden enorm veel vragen. Opvallend was het contrast tussen de leerlingen, stoer en druk tegenover stil en bedeesd. Tijdens de film was er serieuze aandacht en na de korte uitleg ging iedereen aan de slag en werd er hard gewerkt.

 

Motiverend

Het positieve van de tentoonstelling in Fort De Bilt is volgens Lieke Boersema vooral de directe beloning, de korte feedback, de individuele gerichtheid, de veelheid van activiteiten en een mogelijk wedstrijdelement. Met andere woorden: kinderen worden gestimuleerd zelf antwoorden te zoeken en meningen te geven. Fouten maken is geen probleem omdat de werkvormen zelfcorrigerend zijn. De leerlingen kunnen het altijd nog een keer proberen, totdat het antwoord goed is. En is motiverend. Dat geldt bijvoorbeeld bij de werkvorm van de weegschaal. Leerlingen wegen feiten af tegen vooroordelen. Wanneer alle zakjes met de beweringen in het juiste bakje terecht gekomen zijn, is de weegschaal in balans.

 

Gevoelswaarde

Maar er zit ook een bezwaar aan deze werkwijze. “Doordat het de vorm van een speurtocht heeft, wordt het door de leerlingen ook echt als een spel gezien en bestaat er een reëel gevaar dat de diepere gevoelswaarde niet naar voren komt. Dan wordt het een ver-van-mijn-bed-show”, aldus Boersema.

“Voor ons als leerkrachten betekent dat, dat de voorbereiding op school en de verwerking van groot belang is”.

Veel leerlingen hebben indringende ervaringen met pesten, ook in de diverse rollen die in de tentoonstelling aan bod komen, zoals zelf pesten of gepest worden, meelopen en soms in verzet komen. Maar de koppeling van deze ervaringen aan de tentoonstelling in Fort De Bilt wordt voor veel leerlingen pas duidelijk tijdens de verwerking.

 

Structureren

Het tweede gedeelte van de tentoonstelling, die bestaat uit de buitenroute, waar de leerlingen het monument bezoeken en een aantal opdrachten in de bunkers en remises uitvoeren, was voor veel leerlingen toch wat te ongestructureerd. Boersema adviseert dan ook om bij volgende bezoeken de buitenroute in wat grotere groepen te verwerken en met begeleiding van een docent. Ook is het een goed idee om van tevoren op school al wat van de buitenroute te vertellen en er eventueel een extra opdracht aan vast te knopen. Op die manier worden de leerlingen directer betrokken bij de beladen geschiedenis van Fort De Bilt en verdiepen ze zich ook meer in de problematiek van de Tweede Wereldoorlog.

 

Verwerking

“De tentoonstelling van Fort De Bilt is uitstekend geschikt voor deze doelgroep, maar heeft als voorwaarde dat de voorbereiding en het nawerk goed op elkaar afgestemd moeten worden. Op die manier komt een bezoek aan Fort De Bilt het beste tot zijn recht”, concludeert Boersema. Het team van de Martijnschool heeft zich voorgenomen om met de leerlingen jaarlijks een bezoek aan het Herinneringscentrum Fort De Bilt te brengen.