Scholieren
in voetsporen joodse Félice
door SANDRA BOUCK
4 MEI 2006 - DEVENTER - Félice Polak (het meisje
met het lichte jurkje) overleefde als enige van deze kinderen de
vernietigingskampen van de nazi’s. Deze in 1942 door een onbekende fotograaf
gemaakte foto vormt het uitgangspunt van de permanente dubbelexpositie in het
Etty Hillesum Centrum aan de Roggestraat in Deventer.

Mevrouw Polak is er morgen zelf bij als de dubbelexpositie
‘Joods Leven in Deventer’ en ‘Sjaloom-Salaam, vrede in uitvoering!’ wordt
geopend. Sjaloom (Hebreeuws) en Salaam (Arabisch) betekent allebei ‘vrede’.
De expositie is het klapstuk van de viering van het tweede lustrum van het
Etty Hillesum Centrum. De ‘gewone’ tentoonstelling behandelt de geschiedenis
van de joden in Deventer. De tweede, die vooral het verleden aan hedendaagse
thema’s koppelt, wordt alleen voor educatieve doelen tevoorschijn gehaald.
De rondgang begint met een film waarin Félice Polak (nu 71) haar
levensgeschiedenis aan kleinzoon Jasper vertelt. Een verslaggever van deze
krant tekende haar verhaal in 1999 op.
Félice woonde indertijd aan de Brinkgreverweg. Met Greta Vrenkel liep ze vaak
naar de joodse school in de Pontsteeg. Overigens is het geen schoolfoto.
Vermoedelijk is het kiekje gemaakt tijdens het Loofhuttenfeest of het joods
nieuwjaar. In elk geval is de foto genomen achter de Synagoge waarin nu het
centrum is gevestigd.
Het gezin Polak (vader, moeder en twee kinderen) dook eind 1942 onder op vier
verschillende adressen. Ze overleefden alle vier de oorlog. Félice Polak
woont nu in Wageningen.
De scholieren gaan gewapend met een routekaart op weg om de problemen te
onderzoeken die Félice als kind ondervond.
De tentoonstelling is tot stand gekomen in samenwerking met de Stichting
Vredeseducatie in De Bilt. Ze is voor drie verschillende leeftijdscategorieën
geschikt; de groepen zeven en acht van het basisonderwijs; de eerste twee
klassen van het voortgezet onderwijs en de klassen drie, vier en vijf.
Schokkend
‘Het is schokkend om te ervaren hoe intens geïntegreerd de joodse ondernemers
toentertijd waren en hoe weinig daarvan is overgebleven’, aldus sociaal
pedagoog Jan Durk Tuinier van Stichting Vredeseducatie.
Er is een plattegrond van de stad waarop alle winkels aangeklikt kunnen
worden die voor de oorlog werden grund door joden. Maar ook de namen op deze
foto kunnen aangeklikt worden om te zien wie wanneer waar woonde.
Tuinier wijst op de link met het heden. ‘Ze is interessant voor iedereen die
zich een mening wil vormen over actuele zaken, zoals de multiculturele
samenleving en de spanningen die ze teweegbrengt. Maar die meningsvorming kan
niet zonder dat je de geschiedenis onder een vergrootglas bekijkt.’
De organisatie hoopt komende jaren duizenden scholieren uit de wijde omtrek
te begroeten.
|
Dat
Félice Polak nog leeft, is puur geluk
door RAYMOND KORSE
6 MEI 2006 - DEVENTER - In het Etty Hillesum
Centrum in de Roggestraat is gistermiddag de permanente dubbelexpositie Joods
Leven in Deventer en Sjaloom Salaam van start gegaan. In het bijzijn van
Félice Polak, de enige overlevende van een groepsfoto uit 1942 van joodse
kinderen uit Deventer.

De 72-jarige Félice Polak in het Etty
Hillesum Centrum, bij het paneel
waarop de intrigerende foto is te zien die in 1942 werd gemaakt.
‘Wat een prachtige volwassenen hadden dat kunnen worden’,
Foto AB HAKEBOOM
Die foto
moet de dubbelexpositie ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van het
Etty Hillesum Centrum kracht bijzetten. Het verhaal van Félice Polak
intrigeert. Ze zit in het midden van de groep van twintig joodse jongeren en
draagt als enige een witte jurk waarop de door de nazi’s verplichte Davidster
het duidelijkst zichtbaar is. Dat uitgerekend zij als enige de holocaust
heeft overleefd, lijkt op voorzienigheid.
‘Wat een wonder, een geluk dat ik het overleefd heb’, zegt Félice - wat
‘geluk’ betekent - er zelf over. Ze lijdt niet onder de gedachte dat ze de
enige overlevende is. Dat is haar overkomen. ‘Het is ook geen verdienste, het
is gewoon gebeurd.’
Ze kan zich niet herinneren dat de foto gemaakt is, noch voor welke
gelegenheid de foto is gemaakt. Aangezien ze in oktober 1942 onderdook, denkt
ze in dat het vlak daarvoor gebeurd moet zijn.
Het is geen klas - daarvoor verschillen de leeftijden te veel. Maar een paar
namen van kinderen die ook op de foto staan, maar niet meer leven, staan ook
in haar poëzie-album. Het vervult haar met spijt dat zij de oorlog niet
hebben overleefd. ‘Wat een prachtige volwassenen hadden het kunnen worden.
Die prachtige kinderen, zomaar afgevoerd.’
De Wageningse is verguld met het initiatief van het Etty Hillesum Centrum om
de foto als basis te gebruiken voor een dubbeltentoonstelling die
bewustwording over de verschrikkingen van de oorlog moet stimuleren. ‘Het is
belangrijk dat het verhaal wordt verteld. De herinnering moet in stand
blijven. Er zijn nog altijd volwassenen die de holocaust ontkennen. En voor
kinderen is het moeilijk te geloven wat er allemaal gebeurd is.’
De opzet van de expositie is zo dat er weinig ruimte voor twijfel overblijft.
Via beeldschermen en plattegronden wordt duidelijk dat er weinig over is van
de rijke joodse cultuur die Deventer tot de Tweede Wereldoorlog kende.
|