|
Het recht om anders te zijn
Een interactieve tentoonstelling over culturele diversiteit
en vooroordelelen

Van 11 – 18 Maart 2000, bezochten zes vertegenwoordigers
van Russische Kindermusea een conferentie op Fort De Bilt in Utrecht.
Centraal stond de evaluatie van een Nederlands – Russisch project op het
terrein van culturele diversiteit, vooroordelen en de zondebok. De
ervaringen, verhalen en raportages waren indrukwekkend en ver boven
verwachtingen. De vergaderzaal was in een mum van tijd bedekt met kleurrijke
tekeningen, gedichten, essays en collages van kinderen en jongeren uit heel
Rusland.
Door Jan Durk
Tuinier en Geu Visser
Samenwerking
Het is het resultaat van een succesvolle samenwerking tussen de Stichting
Vredeseducatie en DOM – het Open Kindermuseum in Moskou. DOM coördineert een
netwerk van kindermusea in Rusland. Deze musea spelen een belangrijke rol in
de onderwijshervormingen die nu gaande zijn in Rusland. Met name voor een
nieuw vak dat in internationaal jargon `civic education’ wordt genoemd. Een
nieuwe onderwijstaak dat vergelijkbaar is met maatschappijleer. In 1995 begon
de samenwerking door bemiddeling van het bureau voor Intercultureel
management Russia Desk in Amsterdam. Voor de Stichting Vredeseducatie was het
project een testcase of de interactieve tentoonstellingen die in Nederland en
zeven andere West Europese landen waren ontwikkeld, als methodiek inzetbaar
zouden zijn voor Russische onderwijsvernieuwingen.

Interactieve tentoonstelling
Het eerste resultaat was de transformatie van de Nederlandse tentoonstelling
`Vreemd is anders heel gewoon’, een tentoonstelling over vooroordelen,
discriminatie en de zondebok naar de Russische situatie. Het scenario werd
vertaald en aangepast aan de Russische situatie. Methodieken werden
uitgewisseld en het resultaat kwam terecht in de handleiding voor docenten.
Er was sprake van een wederzijds leerproces. In samenwerking werd de Russische
tentoonstelling `Ik en de ander’ ontwikkeld en geproduceerd. De
tentoonstelling was bedoeld voor kinderen van 10-14 jaar, trok in een jaar
tijd 35.000 bezoekers en `reist’ nog steeds langs Russische kindermusea.
Omgaan met diversiteit
Het is geen traditionele tentoonstelling volgens het encyclopedie-model. Veel
teksten bij foto’s en illustraties en de bezoekers kunnen alleen maar lezen
kijken. In tegendeel. De tentoonstelling daagt kinderen uit om dingen te doen
en al hun zintuigen te gebruiken. Er is sprake van een spelencitcuit waarin
kinderen op zoek gaan naar verborgen informatie op basis waarvan samen keuzen
gemaakt moeten worden. Zonder gids of begeleiding werken kinderen anderhalf
uur geconcentreerd in tweetallen in de tentoonstelling. Ze gebruiken een
klein boekje als een gids in het museum en om aantekeningen te maken tijdens
het spel in de tentoonstelling. In plaats van informatie en meningoverdracht,
geeft de tentoonstelling de kinderen de gelegenheid om hun eigen mening te
ontwikkelen. En met elkaar een dialoog aan te gaan over thema’s die alle
mensen aangaan, anders zijn, het zondebokverschijnsel en leren samenleven in
diversiteit. De reacties van leraren, leerlingen en museumpedagogen die een
belangrijke rol hebben in de onderwijshervormingen, waren enthousiast.
Tekenend is de reactie van de vele kinderen die het museum niet wilden
verlaten omdat ze aan anderhalf uur niet genoeg hadden.

Vooroordelenkoffer
Als vervolg werd een nieuwe interactieve tentoonstelling ontwikkeld. Veertig
kleurrijke kartonnen displays vormen samen een tafeltentoonstelling. Het
geheel wordt bewaard in een koffer die in een eerste oplage van 1000
exemplaren werd geproduceerd. De Nederlandse Vooroordelenkoffer fungeerde als
voorbeeld voor de Russische variant.
De koffers werden verspreid in vier regio’s: Yaroslavl, Krasnoyarsk, Tolyatti
and Moscow. Het belangrijkste deel van het project betrof de implementatie
door middel van een uitgebreid Train de Trainersprogramma. De kindermusea in
de regio’s waren verantwoordelijk voor de selectief van deelnemers en de
uitvoering van de implementatie. De interesse voor deelname bij leraren was
enorm. Ongeveer 400 leraren, museum pedagogen en schoolbegeleiders namen deel
aan de trainingen.
Evaluatie
Hoewel er met de inzet van het project een proces op gang is gebracht dat
zijn einde nog lang niet kent, is inmiddels een schat aan onderzoeksmateriaal
van leraren en leerlingen verzameld. De leraren geven aan dat de methodologie
in de praktijk nauw aansluit bij de nieuwe taken voor het onderwijs. De
thema’s in de tentoonstelling stimuleren de leerlingen om over sociale
problemen te discussiëren op hun eigen niveau zonder de morele dispositie die
volwassenen geneigd zijn in te nemen in dit soort onderwijsprocessen. Dat
geldt in sterke mate voor het Rusland van dit moment waarin tal van
maatschappelijke zekerheden op de toch staan. De leerlingen maken kennis met
nieuwe inhouden en oefenen nieuwe vaardigheden op het terrein van
communicatie en dialoog. Het blijkt dat het begrijpen en internaliseren van
het zondebokverschijnsel een sleutelrol speelt in het ontwikkelen van een
democratisch besef op het niveau van de groep, het gezin, de school en de
samenleving.

Leerlingen bron van kennis
Veel leraren geven aan dat zij naar aanleiding van de methodiek van en het
werken met de tentoonstelling hun mening over de leerlingen hebben gewijzigd.
Niet alleen de kennis van de leraar en hun ervaringen vormen de belangrijkste
bronnen van leren maar de leerlingen zelf in de context van ervarend leren,
vormen een belangrijke nieuwe bron.
De leerlingen maakten indrukwekkende verwerkingen van hun leerproces. Ze
maakte zelf tentoonstelling over culturele eigenaardigheden, schreven essays
en gedichten en maakten toneelstukken, collages en cartoons. Enkele thema’s:
Mijn toekomst, wensen voor onze stad, conflicten tussen generaties, de
rechten van het kind in de school, tolerantie en duurzame ontwikkeling. De
thema’s hadden allemaal betrekking op de titel van de tentoonstelling: Het
recht om anders te zijn. Vanuit sommige kindermusea werd met groot
enthousiasme gewerkt met kinderen in sociale achterstanden en gehandicapte
kinderen. De interactieve manier van leren en het gebruik van alle zintuigen
werken voor sommige groepen kinderen in het voordeel. In de Yaroslavl regio
namen veertig weeshuizen deel aan het project.
|