Pesten - Wat is het, wat doe je eraan?

Het voorwoord van het boek

Het verschil tussen plagen en pesten

Voorwoord

Door Gie Deboutte

Matthias heeft een moeilijk tijd achter de rug, maar kan er nu over praten, ook op school. De opluchting die hij voelt, staat in schril contrast met de angst en de spanning die hem maandenlang gevangen hield.
't Was juf Anne, de juf gymnastiek, die de bal aan het rollen had gebracht. Net op tijd trouwens, want Matthias zag stilaan geen uitweg meer. Hij had al zoveel geprobeerd....
"Als jij het toelaat, wil ik je zorgen delen", had ze gezegd. "en als je 'r liever niet over praat, probeer het dan eens op te schrijven. Geloof me, het doet goed. Ik weet hoe het voelt als de klas je niet moet hebben. Ik heb het vroeger ook meegemaakt".

Matthias werd verrast door dit plotse voorstel én door de bekentenis van z'n juf. Hij ging aan het schrijven. Een poosje later sprak hij haar aan. Eerst kwamen de tranen. Nadien de woorden. Ze stroomden er uit. Hij had nooit gedacht dat hij dit zou durven. Er viel een gewicht van z'n schouders. Matthias kon weer opkijken. Hij kreeg opnieuw perspectief.

Een school kan niet zonder mensen als juf Anne. Door wie ze zijn en wat ze doen, dragen ze bij tot een goed en veilig klimaat. Ondanks haar drukke taak en haar vele leerlingen, blijft juf Anne gevoelig voor de eigenheid en de beleving van elk kind. Matthias' blik en zijn veranderde houding waren haar niet ontgaan. Daarom sprak ze hem aan. Ze vond het haar taak om te kijken wat er aan de hand was. Omdat ze de juiste woorden en de juiste toon vond, vertrouwde Matthias haar en begon hij eindelijk te praten. Vanaf dan werd het een stuk makkelijker om samen nieuwe stappen te zetten.

Als school en gezin elkaar vinden, als binnen de school gekozen wordt voor een respectvolle aanpak van het pestprobleem en als er voldoende tijd wordt gemaakt voor gesprekken met slachtoffer(s) en dader(s), dan kan pesten op een doeltreffende manier worden aangepakt. Uiteraard geldt deze doeltreffende aanpak van  pestgedrag ook in het jeugdwerk. Natuurlijk vraagt het tijd en energie om zulke conflictsituaties te keren. Al is het maar omdat pesterijen bijna nooit los staan van wat er in de groep gebeurt.

Onze zoektocht naar de meest efficiënte strategie om pesterijen ongedaan te maken, heeft geleerd dat een goed pestactieplan altijd moet samengaan met een pestpreventieplan. de beste preventie vertrekt vanuit de opbouw van een positie klimaat dat de kinderen en jongeren, hun begeleiders of leerkrachten en ouders het gevoel geeft dat het goed toeven is op school. En dat een kortlopende actie binnen één of enkele klassen weinig of geen zoden aan de dijk brengt. De bereidheid tot inleving en een goede communicatie essentieel zijn om vooruitgang te boeken. Het hele begeleiders/leerkrachten elkaar moeten vinden als bondgenoten die samen zorg willen dragen voor de groep en voor elk individueel kind.



Dit boek wil een bijdrage leveren tot een beter begrip van het pestprobleem. Het schenkt aandacht aan alle betrokkenen. De talrijke ervaringsverhalen brengen ons dichter bij wat er zich afspeelt. De inzichten en talrijke tips maken de zoektocht naar een afdoend antwoord een stuk makkelijker. We zijn overtuigd dat de kinderen en volwassenen kunnen groeien in relatiebekwaamheid. Pesterijen zijn het einde niet. Door open te staan voor elkaars belevingswereld en samen op zoek te gaan naar uitwegen voor conflicten, ruzies en pesterijen groeit er inzicht en respect. Zo leren we onszelf en anderen beter kennen. Zo vinden we bouwstenen voor de opbouw van een gezond en positief schoolklimaat.

Die context schept kansen om te groeien: als persoon, als groep en als gemeenschap. Welbevinden, respect, solidariteit, participatie, vrede en verbondenheid krijgen dan volop hun kans. Tot geluk van iedereen.