|
|
Overzicht inhoud en
doelstellingen 14-18
jaar
Thema 1. Omgaan met het kwaad Inhoud Het
onderwerp ‘pesten’ wordt na een korte introductie verbreed naar
maatschappelijke verbanden. Wanneer groepen mensen gefrustreerd zijn of
angstig, bestaat er een sterke neiging tot het maken van zondebokken. Hoe gaan
groepen mensen om met het kwaad? Nadat een drietal voorbeelden is uitgewerkt,
wordt het zondebokverschijnsel uiteengezet vanuit de geschiedenis van de
Tweede Wereldoorlog. Er zijn daders, zondebokken, meelopers en mensen die
zich hebben verzet. De centrale opdracht is het analyseren van deze
verschijnselen in het heden en verleden en het bepalen van een eigen positie. Doelstellingen De
jongeren: -
kennen de herkomst van het woord zondebok. -
zien in dat het zondebokverschijnsel van alle
plaatsen en tijden is. -
verwerven inzicht in de oorzaken en gevolgen van
het zondebokverschijnsel. -
kunnen in een zondebokconflict, zowel in het heden
als in het verleden, vier groepen onderscheiden: de dader (pester), de
meeloper, het slachtoffer, de dwarsligger. -
kunnen hun eigen positie bepalen in een
zondeboksituatie. -
benoemen voorbeelden van handelingsperspectieven.
Thema 2. Huiselijk geweld
Inhoud Dit
onderdeel geeft allereerst inzicht in de achtergronden van huiselijk geweld door
middel van een actuele discussie over maatregelen van de overheid. Daarna
wordt een onderzoeksverslag geanalyseerd aan de hand van tien vragen over de
daders, de slachtoffers, de gevolgen en het tegengaan van huiselijk geweld.
De jongeren maken kennis met ervaringsverhalen van vier jongeren die allemaal
op een geheel eigen manier slachtoffer zijn van mishandeling. Maar ze
proberen daarnaast ook voor zichzelf nieuwe wegen in te slaan. In alle
verhalen komt aan de orde wat jongeren kunnen doen wanneer zijzelf, of een
vriend of vriendin te maken krijgen met kindermishandeling. Doelstellingen De
jongeren: -
geven betekenis aan de
term ‘huiselijk geweld’, met name kindermishandeling. -
kunnen voorbeelden noemen
van mishandeling. -
nemen kennis van enkele
statistische gegevens ten aanzien van het thema. -
ontmaskeren enkele
vooroordelen ten aanzien van huiselijk geweld. -
zijn op de hoogte van de
functie van de Kindertelefoon. Thema 3. Oorlog en verzet Inhoud Het
onderdeel ‘Oorlog en verzet’ schetst de veranderingen die in de samenleving
plaatsvonden toen het Duitse leger op 10 mei 1940 Nederland binnenviel. De
mensen maakten heel verschillende keuzen ten opzichte van de bezettende
macht. Aan de hand van een lied worden achtergronden van slachtoffers en
daders verduidelijkt en verdiept door de levenservaringen van verzetsman
Herman Benschop (teksten en foto’s) en kunstenares Charlotte Salomon (teksten
en gouaches), die in het concentratiekamp Auschwitz vermoord werd. Het thema
verzet wordt geactualiseerd en toegespitst op de leefwereld van jongeren. Doelstellingen De
jongeren: -
benoemen de gevolgen van de Tweede Wereldoorlog
vanuit verschillende gezichtspunten en rollen. -
kunnen motieven van verzet tegen onrecht benoemen. -
geven betekenis aan het verzet
tijdens de Tweede Wereldoorlog in samenhang met het eigen handelen ten
aanzien van onrecht. -
geven voorbeelden van actuele
vormen van verzet en inzet. Thema 4. Monument voor vrijheid Inhoud Aan de
hand van een herdenkingsmonument van de Tweede Wereldoorlog wordt het thema ‘vrijheid’
verhelderd. Mensen maken vrijheid door afspraken te maken en regels te
ontwerpen. Binnen het kader van deze regels wordt de vrijheid voor zoveel
mogelijk mensen gegarandeerd. Vervolgens wordt uiteengezet wat herdenken
betekent, welke rituelen daarbij gebruikt worden en hoe mensen daar zelf bij
betrokken kunnen zijn. Doelstellingen De jongeren: -
kunnen
vanuit hun eigen leefwereld betekenis geven aan de begrippen ‘monument’ en
‘vrijheid’ met betrekking tot de Tweede Wereldoorlog. -
leggen
vanuit deze geschiedenis een relatie met hun eigen leefwereld. -
zijn in
staat om de bedoelingen en rituelen van de dodenherdenking onder woorden te
brengen. -
geven
aan waarom vrijheid zonder regels chaos betekent. -
benoemen
de bedoeling en noodzaak van het discriminatieverbod. Thema 5. Politiegeweld Inhoud Centraal
staat het verhaal van de 14-jarige Soraya en haar moeder, afkomstig uit
Afghanistan. Hun asielaanvraag is afgewezen en zij moeten het land uit. De
buurtbewoners en klasgenoten zijn het niet eens met deze beslissing en
proberen door een geweldloze demonstratie de uitzetting te voorkomen. Het
conflict escaleert echter en een confrontatie met de Mobiele Eenheid volgt.
Anja, een vriendin van Soraya, krijgt klappen, raakt gewond en komt in het
ziekenhuis terecht. De deelnemers gaan aan de hand van stellingen, foto’s,
onderzoek, de VN-gedragscode in discussie over de noodzaak en de grenzen die
gelden voor het geweld dat door de politie wordt uitgeoefend. Doelstellingen De
jongeren: - geven aan wat er
onder politiegeweld wordt verstaan. -
brengen onder woorden wat de grenzen zijn van
politiegeweld in een rechtsstaat. -
omschrijven de mogelijkheden van verzet van burgers
ten opzichte van de staat. -
geven de grenzen aan van maatschappelijk verzet. -
benoemen resultaten van recent onderzoek naar de
aard van het gebruik van politiegeweld. -
kennen de hoofdlijnen van de gedragscode van de
Verenigde Naties ten aanzien van politiegeweld. Thema 6. Vechtpartij in discotheek
Casablanca Inhoud In discotheek Casablanca zijn bij een vechtpartij elf
jongeren gearresteerd door de politie. Het is al weken onrustig in deze, bij
de jeugd zeer populaire, discotheek. Betrouwbare bronnen bevestigen dat de
vechtpartij het gevolg is van een al langer lopend conflict tussen
Nederlandse en Marokkaanse jongeren. De cd-rom gebruikers worden uitgedaagd
om dit conflict te analyseren. Zij gaan op onderzoek uit, horen getuigen,
beschrijven de gevolgen van het conflict en gaan na welke oplossingen er
mogelijk zijn.
Doelstellingen De
jongeren: -
benoemen vier mogelijke oorzaken van het conflict,
de vechtpartij in de discotheek. -
geven aan wat de gevolgen zijn voor de mensen die
bij het conflict betrokken zijn. -
analyseren het conflict vanuit de beeldvorming van
verschillende groepen. -
kunnen betekenis geven aan oplossingsmogelijkheden
in de school. Thema 7. Straatgeweld Inhoud De deelnemers verdiepen zich in het thema ‘straatgeweld’
aan de hand van twee verhalen. Allereerst het verhaal door de ogen van Gerda
die ziet dat haar tante Roos, direct na de Tweede Wereldoorlog tijdens een
bevrijdingsfeest, slachtoffer wordt van een woedende menigte. De aanleiding
voor het geweld is het gegeven dat tante Roos tijdens de oorlog verliefd werd
op Karl, een Duitse soldaat. Het andere verhaal gaat over de 21-jarige Ruud
van Houten die slachtoffer werd van zinloos geweld. Hij hielp op straat een
oude man die door twee jongens werd bedreigd. In beide verhalen komen de
reacties van de omstanders, de motieven van de dader en de gevolgen voor het
slachtoffer en de nabestaanden uitvoerig aan de orde. Doelstellingen De
jongeren: -
onderscheiden enkele soorten geweld. -
analyseren groepsgedrag bij gewelddadige
incidenten. -
benoemen de rollen van omstanders, daders,
slachtoffers en helpers. -
brengen onder woorden wat omstanders kunnen doen
bij zinloos geweld. Thema 8. Brandstichting in de school Inhoud Door een
brand is het Regenboogcollege helemaal verwoest. Als de leerlingen ’s
ochtends vroeg op school aankomen is de schrik groot. Gelukkig zijn er
leraren om hen op te vangen. Onderzoek van de politie wijst uit dat de brand
is aangestoken door Jeroen Schipper uit het derde jaar. De deelnemers
verdiepen zich in allerlei aspecten van deze zaak. De kosten van de brand, de
gevolgen voor de leerlingen, de achtergrond en mogelijke motieven van Jeroen.
Ook de reacties van de leraar, de directeur van de school en van de ouders
komen aan de orde. Tenslotte is er aandacht voor de politie en de
jeugdrechter, als ook voor de vraag: wat moet er verder met Jeroen gebeuren? Doelstellingen De
jongeren: -
benoemen de gevolgen van brandstichting in de
school. -
vormen zich een mening over de motieven van de
dader. -
maken een afweging ten aanzien van schuld en
persoonlijke omstandigheden van de dader. -
omschrijven de reacties van de omgeving. -
motiveren de soort en de duur van de straf voor de
dader.
Thema 9. Racistisch geweld Inhoud De
jongeren beginnen met een enquête over het multiculturele karakter van hun
klas en ook wordt hun kennis over buitenlanders getest. Vervolgens komt het
thema racisme aan de orde vanuit een voortdurend wisselend actueel en
historisch perspectief. Aan de hand van het verhaal van de 14-jarige Max
Fierlier komen deelnemers in aanraking met de jodenvervolging tijdens de Tweede
Wereldoorlog. De actuele component komt tot uiting in onderzoeksvormen die te
maken hebben met: feiten en meningen, generalisaties en vooroordelen. Aan de
hand van het thema migratie, vooroordelen tegenover joden en vooroordelen
tegenover moslims wordt duidelijk dat racisme iets is van alle tijden.
Racisme is het gevolg van menselijk handelen. Er iets tegen doen ook. De
deelnemers worden gestimuleerd om zichzelf en hun omgeving te onderzoeken en
vooroordelen te ontmaskeren. Doelstellingen De
jongeren: -
onderzoeken hun eigen kennis en betrokkenheid bij
migranten. -
omschrijven wat een generalisatie en een
vooroordeel is. -
vertellen in eigen woorden wat de jodenvervolging
inhield. -
geven aan hoe vooroordelen en generalisaties onder
bepaalde omstandigheden tot racisme kunnen leiden. -
kennen de betekenis van migratie, noemen motieven
en problemen van migranten.
|
|