Ooggetuigen
Goumier Said
|
|
Marokkaanse dwangarbeiders Ik ben van december 1936, geboren in Middelburg, vlak bij
de Noordpoortbrug. Mijn herinnering heeft betrekking op een voorval uit 1944.
Ik was toen zeven jaar, en had nog nooit van Marokko of Marokkanen gehoord.
Het was een bewolkte dag, niet erg warm maar zeker ook niet fris. Vanaf de
Noordpoortbrug kwam een groep sjofel geklede mannen aangelopen, richting
Noordweg. Ze waren, denk ik, niet geüniformeerd. Ze hadden beige gebreide
mutsen op, zoals men die in Noord-Afrika en het Midden-Oosten nog steeds veel
draagt. En ze waren donker van uiterlijk - geen zwarten, maar veel donkerder
dan waaraan ik toen gewend was. 'Dat zijn Marokkanen', zei iemand,
'Marokkaanse krijgsgevangenen'.
Ik herinner mij niet of er ook gewapende Duitse bewakers
bijliepen. Ik geloof eigenlijk niet dat die lui bij mij meelij opriepen,
hoewel ik toen al wel bij benadering wist dat krijgsgevangenschap niet leuk
was. Dhr. Q. M. te W. |
|||||||||||
|
|
|||||||||||||
|
|
Marokkanen verdedigen Zeeland De Franse soldaten waren
al in 1939 samengetrokken aan de noordgrens van Frankrijk. Er waren niet
alleen Marokkaanse soldaten bij, maar ook soldaten uit andere kolonies van
Frankrijk zoals Tunesië, Algerije en Senegal. De twaalfjarige Kees de Jonge
uit Middelburg heeft ze gezien. Hij was in september 1939 met zijn ouders op
vakantie in België aan de grens van Frankrijk. Tijdens een fietstocht zagen
ze Franse soldaten met een donkere huidskleur. Ze waren verbaasd omdat ze nog
nooit iemand met een donkere huidskleur gezien hadden. De ouders van Kees
spraken een beetje Frans en begrepen dat het Marokkaanse soldaten waren.
Later zag Kees opnieuw Marokkaanse soldaten op de markt in Middelburg. Ze
waren vanuit Duinkerken met de boot vervoerd naar Vlissingen om Zeeland te
verdedigen. Het waren soldaten van de Marokkaanse Spahis met twee
pantserwagens.
|
|
|||||||||||
|
|
|
|
|||||||||||
|
De herbegrafenis van gesneuvelden in 1941 J.J. Ganseman hielp in 1940 en 1941 mee om de gesneuvelde
soldaten uit het Franse leger over te brengen naar de begraafplaats van
Kapelle. In een interview zegt hij: “Onze ploeg heeft ongeveer 20 Fransen
opgegraven en naar de begraafplaats gebracht. In totaal waren er 63
gesneuvelde Fransen in Kapelle. Deze waren overal verspreid in Kapelle en
Biezelinge in tuintjes begraven.
De verzamelde gesneuvelden werden door een arts uit
Vlissingen, geassisteerd door twee dames, geïdentificeerd en geregistreerd.
Slechts enkelen hadden een identiteitsplaatje. De meeste doden waren niet
goed herkenbaar”. In een brief schrijft Ganseman ook over zijn ervaringen:
“Deze identificatie is zeer onnauwkeurig geschied. Dat is de reden waarom er
zoveel militairen niet zijn herkend.” 163 soldaten op de begraafplaats van
Kapelle zijn niet geïdentificeerd. Het is dus mogelijk dat er nog meer
soldaten van Noord-Afrikaanse afkomst zijn begraven. |
|
Krijgsgevangenen
in Venlo
|
|||||||||||
|
|
|||||||||||||
|
Na 60 jaar onderscheiden door Chirac Op 17 augustus 2004 is het een drukte van belang in de
Zuid-Franse Provence. Tien Marokkaanse oud-strijders, die deelgenomen hebben aan
de bevrijding van Tunesië, Italië en Frankrijk, worden zestig jaar later
tijdens een plechtige ceremonie gedecoreerd door de Franse president Jacques
Chirac. |
Abdelhadi Ben Rahalat |
|
|||||||||||
|
|
|||||||||||||
|
|
|||||||||||||
|
|
Oooh
Hollanda!
|
|
|||||||||||
|
|
|
|
|||||||||||
|
|
Marokkanen in Borssele
Zus Corrie en broer Max de Regt woonden tijdens de Tweede
Wereldoorlog Borssele in de provincie Zeeland. In 1940 was Max 6 jaar en zijn
zus was 8 jaar ouder. Ze hebben nog veel herinneringen aan de Marokkaanse
dwangarbeiders die met twee Duitse bewakers in een kleine barak woonden aan
de dijk. In de barak was een houtkachel met een enorme pijp. Hierop stond een
grote pan waar aardappelen in werden gefrituurd. Dit was helemaal nieuw voor
Max en Corrie. Ze kenden dit niet. De barak had kleine ruitjes en het was er
erg donker. Er hing alleen maar een gloeilamp. Meestal als Max langs kwam zag
hij de Marokkanen op een rand van het bed zitten. Voor en na schooltijd en in het weekend ging Max naar de barakken. Met andere schooljongens was hij eens achter de Marokkanen aangelopen, die naar de plek werden gebracht waar ze moesten werken, en zo maakten ze voor de eerste keer contact. De Marokkanen moesten bunkers bouwen voor de Duitse bezetter. Wat eten betreft hadden ze het niet slecht. Ze kregen
aardappelen en eieren van de boeren. De meeste Marokkanen hadden een gezin
waar ze heen mochten. Dan aten ze soms mee, en werd de was voor hen gedaan.
De moeder van Max en Corrie deed dit ook. Een van de Marokkanen, die ze
'Michel' noemden heeft een paar woorden Nederlands geleerd. Communicatie ging
echter meestal via gebarentaal. Deze Michel kwam regelmatig bij de familie De
Regt langs. Er is een anekdote over de krullen van Michel. Moeder de Regt was
eens boos op Michel en heeft hem toen naar huis gestuurd. 's Avonds kwam hij
weer langs. Zonder krullen. Hij had bij wijze van boetedoening zijn krullen
afgeknipt en in een vermicellidoos gestopt. Deze bracht hij aan de moeder.
Daarna was het weer goed. Familie De Regt heeft nooit meer iets vernomen van
Michel nadat de dwangarbeiders waren vertrokken. In een doosje worden nog de
krullen van Michel bewaard. |
|
|||||||||||