Aanvullingen

 

Wacheren, zomer 1943: Sinaasappelen voor de schoolkinderen en de Marokkaanse dwangarbeiders

Tijdens de Tweede Wereldoorlog, in de zomer van 1943, werden er sinaasappelen uitgedeeld aan leerlingen van de lagere scholen op het eiland Walcheren in Zeeland. Ad van Dijk uit Vlissingen kan het zich nog goed herinneren. “We hadden al drie jaar geen banaan, sinaasappelen of andere zuidvruchten meer gezien. Geheel onverwacht, kregen we Spaanse sinaasappelen. Er werd op school bij verteld dat het een gift was van koningin Wilhelmina of de gravin van Buren, wat natuurlijk hetzelfde was”. Van Dijk herinnert zich ook nog dat de Marokkaanse dwangarbeiders die in Vlissingen en verbleven ook deelden in de overgebleven sinaasappelen.

Na een oproep in het blad van de historische vereniging, De Wete, kreeg de redactie een reactie van dhr. J. Braat uit Vleuten. Hij zat in het schooljaar 1942/1943 in de zesde klas van een lagere school in Middelburg. Ook hij herinnert zich dat het onderwijzend personeel op een gegeven moment sinaasappelen uitdeelde. “We waren zeer blij met deze bijzondere traktatie. Ik meen dat het een geschenk was van het Spaanse Rode Kruis aan het Nederlandse Rode Kruis, bestemd voor de schoolkinderen”

 

Een andere lezer van het blad, dhr. C. de Bruin, heeft via de archivaris van het Nederlandse Rode Kruis te horen gekregen dat in de zomer van 1943 het fruit door het Spaanse Rode Kruis aan de Nederlandse zusterorganisatie is geschonken.

 

In “Het Nederlandsche Roode Kruis”, officieel orgaan van de vereeniging het Nederlandsche Roode Kruis,
4e jrg, nr. 6. 1juni 1943 en 4e jrg. Nr. 7. 1 juli 1943, is hier uitvoerig over geschreven.

 

Asem Ibrahim, geen Marokkaan maar Syriër

 

Medio april 2005 werd bekend dat een Marokkaanse soldaat die begraven is op de Franse militaire begraafplaats in Kapelle in Zeeland uit Syrië afkomstig is. Het gaat om Asem Ibrahim, Geboren in 1901. Soldaat 1e klasse (006721), parachutist (3/RCP). Gesneuveld op 09-04-1945 bij Assen, in het kader van de operatie Amherst. Het regiment kreeg een Nederlandse onderscheiding voor dapperheid. Een gedenkplaat voor hem en 5 collega's is aangebracht op een schuur in Assen-Zijerveld. Op vermoedelijk 19-07-1949 van de Zuider Algemene Begraafplaats Assen overgebracht naar Kapelle (A-3-1). Naam op monument als Azem Ibrahim.

 

De zes behoren bij de 33 Franse militairen die sneuvelden voor de bevrijding van Drente in het kader van de operatie 'Amherst', de laatste geallieerde luchtlandingsoperatie. In de nacht van 7 op 8 april 1945 worden 702 Franse parachutisten van het 2e en 3e Régiment de Chasseurs Parachutistes (R.C.P.), onderdelen van de Britse Special Air Service (S.A.S.), in Drente en zuidoost Friesland gedropt. Dit gebied was toen nog in Duitse handen. De dropping was achter de stellingen van de Duitsers. Het Airborne Museum Hartenstein in Oosterbeek brengt 60 jaar later hun acties in beeld met een tentoonstelling die tot 30 oktober 2005 duurt.
Informatie: http://www.airbornemuseum.nl/

 

Een lied voor Ibrahim Azem

 

Lied: van Frans Westenbrink
Tekst: Annie M.G. Schmidt
Muziek: Geza Frid
http://www.musicfrom.nl/songteksten


 

Ibrahim Azem

De Syrier Ibrahim Azem
Veur hum zing ik dit requiem
En veur soldaot Pierre Valayer
Die hooplijk rost ien vree
Marcel Leveque, Pierre Bevalot
Robert Spina, Jean Munch en zo
Ien Zeyerveld een monument
Gien Drent hef ze ekend

Hij was een Fraans parachutist
De oorlog was zoe wat beslist
Ien 't grote vliegtuug droomde hij
"Nog even, dan is 't veurbij"

refr.:
't Was tien april, een lentedag
Hij wus niet iens waor Drenthe lag
Hij vocht hier simpel op bevel
Hij haatte dizze oorlogshel
Hij haatte de paradepas
Hij wol dat e ien Damascus was
Hij wus niet iens wat vrijheid was
En hij was bange

Ibrahim Azem, de held
Die vund zien dood ien Zeyerveld
Maar dat 't was ien Zeyerveld
Det is hum nooit verteld
Hij was een Syrische chasseur
Zien waopen was een mitrailleur
't Holp hum niet, die mitrailleur
Een Mof die was hum veur

Azem mus 't Fraanse leger ien
't Koloniale rotregime
Hij was een arme Arabier
De oorlog bracht um hier

refr.

Een jonge uut 't Ruhrgebied
Die was zien beste maot al kwiet
Een kogel uut een Fraans geweer...
De oorlog is vulgair
't Ventie jankte, doodsbenauwd
Verdweeld hef e wat rondesjouwd
Vol heimwee naor zien va zien laand
Beroofd van zien verstaand

Hij wol naor huus, hij wol niet dood
De Fraansen kwamen deur een sloot
Hij hef nog ien keer goed ericht
Hij kneep zien ogen dicht'

De Syrier Ibrahim Azem
Veur hum zing ik dit requiem
Zien naam' stiet op een stien vermeld
Hij sneuvelde in Zeyerveld
't Was tien april, een lentedag
Hij wus niet iens waor Drenthe lag
Hij wus niet iens wat vrijheid was
En hij was bange


Franse parachutisten voor vertrek naar Drenthe,
 7 april 1945

Foto: Airborne Museum

 

 

Briefjes smokkelen in een holle appel

In het boek ‘Graven in de klei’ wordt beschreven hoe jongeren uit Vlissingen in 1943 contacten onderhielden met de Marokkaanse dwangarbeiders. Ad van Dijk maakte er de volgende illustratie bij.

“In juli en augustus 1944 bevrijdden de geallieerden Frankrijk. Ad van Dijk en zijn vrienden zochten naar een manier om dit goede nieuws aan de Marokkanen door te geven. Ze namen een appel en sneden die zigzag door midden. Ze holden de appel uit en deden er een briefje in. Daarop stond de kaart van Frankrijk en de frontlinie om te laten zien hoever de geallieerden al gekomen waren. De mannen waren er blij mee en hadden ook nog een appeltje. Ad en zijn vrienden kregen een briefje terug waarin stond dat ze het maar niet meer moesten doen. Het was veel te gevaarlijk”.

 

 

 

 

Aardewerk uit Moergestel duidt op aanwezigheid Marokkaanse soldaten

In de zomer van 2004 kwam men in de achtertuin van café De Keizerin in Moergestel bij het rooien van een boom een schaal met drie kleine ‘vaasjes’ tegen.

 


Het gaat hier om ongeglazuurd aardewerk in het Marokkaans aangeduid als “El Kasria”. Ooggetuigen meldden dat Franse soldaten in Moergestel verbleven in de meidagen van 1940.

Zo vertelt Jan van Beers, dat een stel Fransen zich verscholen had onder de coniferen rond de tuin van het St.-Antoniusgasthuis aan de Raadhuisstraat en vandaar met hun geschut de Duitse vliegtuigen onder vuur namen.

Leen Smits was op die bewuste zondagmorgen in mei 1940 op weg naar de kerk en voor de stoep van de groentewinkel in de Kerkstraat zag ze een jonge Franse soldaat dood op straat liggen. Andere getuigen spreken van Franse pantsertroepen die in Moergestel stellingen hebben ingenomen.

Deze verhalen worden bevestigd door de verslagen van militaire dagorders. Het is zeer aannemelijk, dat een Marokkaan zich schuil gehouden heeft op de binnenplaats van het pand. Mogelijk is hij krijgsgevangen gemaakt of door de haast waarmee de Franse legereenheden moesten verder trekken, vergeten zijn eetgerei op te halen. Meer informatie bij Dhr. Noud Smits voorzitter Heemkundekring "De Kleine Meijerij" in Moergestel.
E-mail: noud.smits@home.nl

 

 

 

Dwangarbeider gewond

In de zomer van 1943 werden ongeveer zestig Marokkaanse dwangarbeiders tewerkgesteld in Vlissingen. Ze woonden met hun Duitse bewakers in een barak in Koudekerke. Te voet gingen ze dagelijks naar het strand in Vlissingen om te werken aan de Atlantik Wall. In het boek ‘Graven in de klei’ staat het volgende’.


De dwangarbeiders liepen ook elke dag twee keer langs het huis van dokter De Greef in Vlissingen. Op een dag zagen de kinderen een Marokkaanse gevangene met een wond. Addie de Greef, de dochter van de huisarts, was er ook bij en vertelde het aan haar vader. Ze moest van haar vader een pot zalf, verband en een mitella naar het kamp brengen. De bewakers in het kamp waren achterdochtig. Ze onderzochten de spullen en rolden het verband helemaal af om te kijken of er niets in zat. Dat was niet zo en de wond kon verzorgd worden.


Mevrouw A.F. de Greef voegt daar in een brief  van 9 maart 2005 het volgende aan toe:

“Niet de Duitse bewakers waren achterdochtig maar een Duitse officier die daar net was. Ik moest de gewonde aanwijzen en toen was het rond maar voor mij niet afgelopen. Zowel de Duitse officier als ik waren op de fiets. Ik ging langzamer fietsen. Hij merkte op dat een meisje als ik zich niet met die ellendelingen (de Marokkanen) moest bemoeien en vroeg wat voor werk mijn vader deed. Mijn vader zat in het artsenverzet dus zei ik dat hij bij het Rode Kruis werkte en fietste niet naar huis, maar naar het ziekenhuis. Zo kon ik deze officier ontlopen zonder mijn huisadres te noemen”.

 

 

 

 

Nog een aanvulling:

“Op een keer werd er bij ons 2x hard aangebeld. Ik deed open en een Duitse bewaker bracht 2 blikjes sardientjes uit naam van de Marokkanen die dit gaven uit hun ontvangen Rode Kruis pakket.

De groep Marokkanen stond stil (zij kwamen van de tram) en de Duitse soldaat rende terug. En dan te weten dat pal naast ons huis een huis stond (en nog staat) waar de Duitse gaarkeuken was. Die Duitse bewaker nam een heel groot risico”.