Midden in de nacht van 17 december 1999 kwamen zo’n honderd scholieren in de leeftijd van 15-16 jaar op bezoek in het Herinneringscentrum Fort De Bilt. Ze zitten op het Gregoriuscollege en nemen in het kader van het vak levensbeschouwing en catechese deel aan een jaarlijkse kerstvoettocht. In de tentoonstelling op Fort De Bilt staat een zondebok die als brievenbus fungeert.

Omgaan met het zondebokverschijnsel
Methodiek
uit de praktijk

door Durkje Post


In de tentoonstelling op Fort De Bilt staat een zondebok die als brievenbus fungeert. Bezoekers kunnen hier een eigen ervaring met de zondebok kwijt naar aanleiding van enkele gedichten van leeftijdgenoten. De vraag op het briefje luidt: `Heb je wel eens meegemaakt dat er een zondebok was? Wat gebeurde er toen?’ De volgende ochtend zaten er 73 briefjes in de zondebok. 25 bezoeker antwoorden de vraag met `nee’. Of deze bezoekers geen ervaringen hebben met het zondebokverschijnsel is niet helemaal duidelijk. Het kan ook zijn dat ze de vraag in het kader van de tentoonstelling niet willen beantwoorden. Eén leerlingen schreef: `Nee, ik heb altijd in klassen gezeten waar ze iedereen gelijk behandelden’. De andere reacties hebben we ingedeeld in de vier rollen in het zondebokconflict: de toeschouwers, de zondebokken, de pesters en reacties waarin sprake is van verzet. 26 reacties waren opmerkingen van toeschouwers. Opvallend is dat ze de gehele context goed in de gaten hebben en scherp kunnen observeren. We geven enkele voorbeelden.

·                           Niemand kwam voor deze persoon op omdat ze bang waren zelf te worden gepest.

·                           Ik heb het wel eens meegemaakt en er gebeurde niets.

·                           Er werd over gepraat in de klas met de meester.

·                           Ja, ik deed niet mee maar deed ook niets.

·                           Ze kreeg de schuld van alles en kreeg straf.

·                           Hij werd super gepest tot hij zelf wat terug deed.

13 reacties waren van slachtoffers van het zondebokverschijnsel, de zondebokken. Uit hun verhalen komen sterke gevoelens van machteloosheid naar voren. Veel bezoekers vertellen over hun ervaringen in de verleden tijd. Blijkbaar zijn ze slachtoffer geweest van pesten. Enkele uitspraken:

Je voelt je vaak alleen tegen zo’n groep.
Je kunt er niet maar zo makkelijk uitstappen.

Ik was het zelf. Ik kreeg overal de schuld van.
Van de meest lullige dingen.

Ik werd uitgescholden vanwege mijn uiterlijk.
Ik was het zelf en stortte bijna geestelijk in.
Je voelt je rot en hebt geen zin meer in het leven.

Waar zondebokken zijn, zijn ook pesters. Van deze groep maakten zes bezoekers zich bekend.
Wat opvalt is het enigszins stoere taalgebruik, geen spijtbetuigingen. We geven enkele voorbeelden:

·                           Hij werd gepest en ik deed vrolijk mee.

·                           Ik ging hem meppen met mijn vriendengang en zijn moeder uitschelden voor hoer.

·                           Ik pestte het hardst mee. Slaan met die banaan.

·                           Hij ging huilen en dat vond ik leuk.

Het groepje dat een ervaring van verzet beschreef, was klein en telde 3 personen. Ook hier komt dat machteloze gevoel weer naar voren.

·                           Zelf probeerde ik hem te helpen, maar veel kan je niet doen.

·                           Ik doe wat ik kan, maar eigenlijk kan je niemand vertrouwen.
         Want wie kwam er helpen bij Tjoelker?

·                           Ik kwam voor diegene op.

Dit kleine onderzoekje sluit aan bij grootschaliger onderzoeken op het terrein van de sociale psychologie. De groep toeschouwers is het grootst. Maar deze groep heeft wel heel goed in de gaten wat er allemaal speelt. We mogen ze niet verwarren met de collaborateurs, degenen die hand en spandiensten verrichten voor de pesters. Toeschouwers zijn getuige van de gebeurtenissen en ze voelen zich er vaak machteloos bij. Aan handelen zijn ze nog niet toe. Misschien wachten ze een kans af. Bij hen ligt de sleutel om vanuit het getuige zijn te komen tot verzet. Het aantal kinderen in het onderzoekje dat zich heeft verzet is klein. Dat zou kunnen groeien wanneer toeschouwers zich bij hen voegen. Door de omvang van de groep hebben ze ook meer macht. Het onzekere gevoel zal verdwijnen en de pesters krijgen een krachtige groep tegenover zich, die hen niet stoer vindt. Het is dan maar de vraag of de pesters door zullen gaan. Tenslotte kunnen ze bij hun leeftijdgenoten nu niet meer "scoren".

Dit soort processen vinden dagelijks plaats in de leefwereld van kinderen en volwassenen. Ze zijn vaak situatiegebonden en daarom is een oplossing veelal niet structureel van karakter. Zo kan een grote groep kinderen in verzet veel macht krijgen op hun beurt weer nieuwe zondebokken maken. Dit lijkt een hopeloos proces maar het is eigen aan groepen. Het ontkennen of verbieden heeft geen enkele zin. Veel beter is kinderen de kans geven kennis over en inzicht in deze sociale rollen ter verwerven. Het betekent het oefenen van sociale vaardigheden, van verzet en in de wil om zondebokken te vermijden.