“Marokkanen maakten deel uit van de geallieerde legers bij de bevrijding van Europa”


Een gesprek met Ad van Dijk over Marokkanen in de Zeeuwse klei

 

 

Overal in Nederland is het grijs van de bewolking en zware regenbuien, maar op de boulevard in Vlissingen schijnt volop de zon. We praten op een terras met Ad van Dijk over de geschiedenis van de Marokkanen in de Zeeuwse klei tijdens de Tweede Wereldoorlog. Van Dijk is oud-huisarts en enthousiast lid van een historische vereniging. Zijn hele leven is hij geïnteresseerd geweest in de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog. “Soms schieten er fragmenten van herinneringen door mijn hoofd en dan wil ik verklaringen zoeken om onbegrijpelijke zaken toch te begrijpen.” Ad van Dijk was twaalf jaar toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak en heeft deze tijd heel bewust meegemaakt. “Ik hield in de oorlogsjaren een dagboek bij, wat een goede ondersteuning is voor mijn herinnering. Het is belangrijk kritisch te zijn en altijd te zoeken naar meer bronnen omdat het geheugen na zo lange tijd niet altijd meer betrouwbaar is.” Volgens Van Dijk zijn er drie perioden te onderscheiden wat betreft de betrokkenheid van Marokkaanse soldaten bij Nederland en bij Europa in de Tweede Wereldoorlog.

 

I.  1940 de verdediging van Antwerpen

Toen in september 1939 de oorlog uitbrak tussen Frankrijk en Hitler-Duitsland, maakte de Marokkaanse sultan Mohammed V het Marokkaanse onafhankelijkheidstreven ondergeschikt aan de strijd tegen de nazi’s, aan de zijde van de Fransen. Van Dijk vertelt:  “Tienduizenden soldaten uit Frankrijk en de koloniën vormden een front in België en Zuid Nederland. Talrijke regimenten kwamen in Zeeland terecht waar ze de taak kregen de haven van Antwerpen te beschermen.


Marokkaanse en Franse krijgsgevangenen in Zeeland na de overgave in mei 1940. Links een Duitse bewaker.

De Duitse overmacht was te groot en na hevige gevechten bij de Sloedam, bij het kanaal door Zuid Beveland en in het dorp Kapelle, werd de nederlaag onafwendbaar op 16 mei 1940. De overgebleven Franse soldaten werden gevangen genomen. In de maanden na de overgave, werden ze met bietentreinen naar de havens vervoerd. Met rijnaken gingen ze op transport naar krijgsgevangenkampen in Duitsland.”


Slachtoffers begraven

Vijfenzeventig soldaten uit het Franse leger kwamen om het leven. Daarvan werden twintig Marokkanen geïdentificeerd. De omgekomen soldaten werden tijdens de oorlog door de plaatselijke bevolking begraven op lokale begraafplaatsen. Daar waren ook de lichamen bij van soldaten uit het Franse leger die in het voorjaar van 1940 op de Nederlandse kust waren aangespoeld. Zij probeerden vanuit Duinkerken Engeland te bereiken maar werden door Duitse torpedo’s getroffen en tot zinken gebracht. In het begin van de jaren vijftig besloot de Nederlandse en de Franse regering om alle in Nederland gesneuvelde Franse soldaten samen te brengen op de begraafplaats van Kapelle. Daar liggen 229 soldaten begraven. Daarbij zijn twintig geïdentificeerde Marokkaanse soldaten en ruim honderd geïdentificeerde Franse soldaten. Van nog eens ruim honderd soldaten is de naam niet bekend. Op de vierde mei wordt jaarlijks in Kapelle een herdenking gehouden waar ook veel Nederlanders van Marokkaanse afkomst aan deelnemen.

 

II.   1943 Marokkaanse krijgsgevangenen

De tweede historische ontmoeting tussen Marokkanen en Zeeuwen kwam in 1943. Rond de honderd Marokkaanse soldaten werden vanuit een krijgsgevangenkamp bij de Franse stad Rennes overgebracht naar Zeeland om daar werkzaamheden te verrichten aan de Atlantik Wall. In groepen van dertig werden de dwangarbeiders ondergebracht in kleine kampementen waaronder Domburg en Middelburg. “Ook in mijn woonplaats Vlissingen werden dwangarbeiders ondergebracht in een kampje


Marokkaanse en Franse krijgsgevangenen in 1940 krijgen brood en water van de Zeeuwse bevolking. Ze worden met bietentreinen vervoerd naar de havens in Zeeland. Vandaar gingen ze met boten naar gevangenkampen in Duitsland.

 aan de Vlissingsestraat, dat is nu de Koudekerkseweg”, aldus Van Dijk. “Ze kregen de opdracht om als onderdeel van de Atlantik Wall, op het strand van Vlissingen houten staketsels aan te brengen om een mogelijke geallieerde landing te bemoeilijken. ’s Morgen en ’s avonds liepen de Marokkaanse dwangarbeiders door Vlissingen over de Koudekerkseweg waar wij tijdens de Tweede Wereldoorlog woonden.”


Pannenkoeken en sinaasappelen

“Mijn acht jaar jongere zus en ik hebben levendige herinneringen aan deze tijd. De goedlachse en vriendelijke Marokkaanse jongens kregen in het begin veel bekijks, vooral van de Zeeuwse meisjes. Met de jongens ruilden we voedsel en andere producten tegen slangenstokken. Prachtig uitgesneden stokken, sommige met teksten erin gebrand. De mensen die niets van de nazi’s moesten hebben, hadden met die jongens te doen. Ik denk dat er ook wel sprake was van een stukje christelijke naastenliefde. Er ontstonden vriendschappen en op den duur had elke krijgsgevangene wel een gezin dat een beetje voor hem zorgde. Wij brachten er een keer pannenkoeken heen en sinaasappelen, die in de oorlog helemaal niet te krijgen waren. Ze waren bedoeld voor de Nederlandse schoolkinderen. Mijn vader was toen directeur van de school. Er bleven sinaasappelen over en die werden naar de Marokkanen gebracht. Die hebben er van gesmuld. De schoenmaker lapte voor niets hun schoenen. Halverwege het buurtschapje Lammerenburg was een piepklein kruidenierswinkeltje. Aan de toonbank hing een doos met het opschrift ‘Voor de Marokkanen’. Daar konden de mensen voedingsmiddelen en dergelijke in deponeren. Op de terugweg van het strand, kwamen de krijgsgevangenen daar iedere dag even kijken of er iets voor hen in de doos zat.”

 

Zwaaien naar de gevangenen

“We zagen een keer een jongen met een wond en de dochter van de huisarts moest van haar vader zalf en zwachtels naar het kampje brengen om de wond te verzorgen. Wanneer we hen langs zagen komen, zwaaiden we naar de gevangenen die twee keer per dag bij ons voorbij gingen. Een Duitse bewaker kreeg daar genoeg van, kwam op mijn moeder af en maakte haar duidelijk dat hij dat niet meer wilde. Mijn moeder zei: ‘Wij zwaaien. Als jij ooit krijgsgevangene bent, dan zwaai ik ook naar jou’, en daarmee was de kous af.” 

 

 

 

Inwoners van Siena in Italië kijken vanaf hun balkon neer op de parade van de Frans-Marokkaanse troepen op 14 juni 1944. Op die dag werd de Nationale feestdag gevierd. Siena is bevrijd door   onder leiding van generaal Alphonse Juin.

 

III.   1944 De bevrijding van Europa

Met hulp van de Franse verzetsbeweging hadden talrijke Marokkaanse soldaten kans gezien om, na de bezetting van Europa door de nazi’s, naar Marokko te reizen. Marokko stond, net als het zuidelijk deel van Frankrijk, onder het beheer van het Vichy-regiem dat door de nazi’s werd gecontroleerd. Sultan Mohammed V van Marokko weigerde de joden in zijn land uit te leveren aan hun vervolgers.

“Ik beschouw al mijn onderdanen als mijn kinderen”, liet hij de Duitse politieinspecteurs, die in Marokko waren aangesteld, weten. In november 1942 landden de Amerikanen in Casablanca. Twee maanden later kwamen Roosevelt en Churchill daar bijeen om het verloop van de oorlog te bespreken. Ze vroegen de Sultan hen te helpen bij de bevrijding van Europa. De geallieerde strijdmacht, van 250.000 soldaten bestond voor 30 procent uit Marokkaanse soldaten. Hun rol bij de beroemde slag om de Gustavlinie bij Monte Cassino was opmerkelijk. Alleen met inzet van Marokkaanse bergeenheden, die hun wapens met ezels langs onbegaanbare bergpaadjes wisten te vervoeren, kon een doorbraak geforceerd worden en Rome worden bevrijd. Marokkaanse soldaten hebben ook een grote rol gespeeld bij de landingen van de geallieerden in Zuid Frankrijk en Normandië in 1944.


Een Marokkaanse goum. Goums kwamen voor het grootste deel uit het Chaouia gebied in Marokko. Ze konden in onherbergzame gebieden heel goed de weg vinden. Ze hadden een groot uithoudingsvermogen en konden goed schieten. Je kon ze herkennen aan hun gestreepte wollen uniform (djebella), hun tulband (rezza), sandalen en mes (koumia).

 

Geschiedenis herdenken

Ad van Dijk: “Het is zinvol om de geschiedenis van de Marokkanen in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog aan de orde te stellen. En niet te vergeten de rol die zij bij de bevrijding van Europa hebben gespeeld. Het is belangrijk dat we er allemaal iets van weten. Vooral de jongere generaties die de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog niet hebben meegemaakt. Dat geldt voor alle Nederlandse jongeren, of ze nu van Marokkaanse afkomst zijn of niet, dat doet er niet toe. Dankzij de geallieerden, ook de Marokkaanse soldaten, hebben we hier vrijheid die we moeten koesteren en onderhouden.”

 


Marokkaanse goums (of goumiers) in Zuid Frankrijk in de zomer van 1944.  Deze Marokkaanse soldaten werden ingezet bij de slag om Monte Casino in Italië in 1944. Naast hun muilezels werden de goums uitgerust met jeeps en mortieren. De tulband (rezza) werd vervangen door een helm met een embleem van de halve maan.