|
Aan het woord is Mohamed Achaboun, sinds 1970
Nederlander van Marokkaanse afkomst en werkzaam als opbouwwerker in Den Haag.
Achaboun is de drijvende kracht achter
de Stichting Al-Amal (hoop). De stichting zet zich in voor de integratie van
gehandicapten van Marokkaanse afkomst en ijvert voor de verbetering van de
relatie tussen de Marokkaanse en de Nederlandse samenleving. “Het
beleven en herdenken van een gezamenlijke oorlogsgeschiedenis op 4 mei, kan
bijdragen tot de verdere integratie van Marokkanen in Nederland. Dat is voor
mij de diepste motivatie om me met de geschiedenis van de Marokkanen in de
Tweede Wereldoorlog bezig te houden.”

Geschiedenisonderwijs
“Op de middelbare School in Marokko had ik wel over de Tweede
Wereldoorlog geleerd, maar niets over de rol van mijn landgenoten die
bijgedragen hebben tot de uiteindelijke bevrijding van Europa. Ik hoorde in
mijn dorp, in Taza, wel verhalen over mensen, die sinds de oorlog tussen 1940
en 1945 vermist zijn. Ook zijn er verhalen van mensen die de oorlog hebben
overleefd.”
Het is een historisch feit dat Marokkanen hebben meegevochten voor de
bevrijding van Europa en ook voor de bevrijding van Nederland in 1945. In de
Nederlandse, Europese en Marokkaanse geschiedschrijving staat weinig vermeld
over het aandeel van de Marokkanen in de Tweede Wereldoorlog. Daar zijn wel
verklaringen voor te geven. De Leidse wetenschapper Wim Klinkert stelt vast
dat de geschiedschrijving van de Tweede Wereldoorlog in Europa nadrukkelijk
bepaald werd door de Europeanen en de Amerikanen. Aan de andere kant stond de
geschiedschrijving van Marokko in het teken van de onafhankelijkheidsstrijd
tegen Frankrijk. Daardoor is de inzet van de Marokkanen in Europa tussen wal
en schip gevallen.
Marokkanen in Franse legers
De Tweede Wereldoorlog heeft enorme gevolgen gehad, ook nu nog in heel
veel landen, families en gezinnen. Meer dan 57 miljoen mensen waren dodelijk
slachtoffer en in bijna alle landen van de wereld was het conflict voelbaar.
Marokko had in de periode van de Tweede Wereldoorlog een protectoraatverdrag
met Frankrijk. Door dit verdrag bleven de reguliere Marokkaanse
strijdkrachten formeel onder het bevel van Sultan Mohammed V. De
generaalsrangen werden bekleed door officieren met de Franse nationaliteit.
De Marokkaanse eenheden vielen onder Franse gezagsvoering en werden daardoor
gezien als onderdeel van het Franse leger. Dat laatste punt was de reden dat
dr. L. de Jong, in zijn aanvulling op de officiële geschiedschrijving van Nederland
in de Tweede Wereldoorlog, geen aparte aandacht aan de lotgevallen van de
Marokkanen wilde besteden. Het waren Franse militairen in zijn ogen. Ik heb
dat wel betreurd, zeker gezien de verbondenheid van beide landen die al
dateert van 1605. Volgend jaar vieren beide landen dat zij 400 jaar
diplomatieke betrekkingen onderhouden. Marokko was de eerste buitenlandse
mogendheid die de Staten van Holland erkende, uiteraard omdat zij een
gezamenlijke vijand hadden in Spanje maar toch, vanaf dat moment zijn er altijd
hartelijke relaties geweest.”

Incidenten met jongeren
“Soms zeggen mensen me dat ik een idealist ben omdat ik hoop dat
interesse voor de geschiedenis van de Marokkanen tijdens de Tweede
Wereldoorlog een positieve invloed heeft op de integratie. Dat is mijn ideaal
want zonder idealen kom je nergens. Marokkanen zijn bijna altijd negatief in
het nieuws. Zeker na de incidenten met jongeren in Amsterdam tijdens de
dodenherdenking van 2003. Terwijl deze incidenten plaatsvonden, waren wij met
vierhonderd mensen, waaronder heel veel Marokkaanse jongeren, aanwezig bij de
dodenherdenking op de begraafplaats van Kapelle. En dat bericht heeft de
media nauwelijks gehaald. Het land stond op zijn kop van deze incidenten
zodat er geen ruimte was voor het positieve nieuws. Ik wil niet ontkennen dat
er in de grote steden een probleem is met een aantal Marokkaanse jongeren. Ik
sta vooraan om daar openlijk over te praten. We moeten het probleem bij de
naam noemen en gelukkig wordt er op dit moment voortvarend aan gewerkt,
bijvoorbeeld door de Amsterdamse wethouder voor onderwijs en integratie
Aboutaleb. Dat kost ook tijd. De tragiek is dat zoveel jongeren dagelijks de
negatieve gevolgen ondervinden van het hardnekkige vooroordeel dat alle
Marokkaanse jongeren onbetrouwbaar en crimineel zijn. Dat doet me verdriet
omdat ik zie dat op die manier veel meer jongeren de aansluiting missen bij
de Nederlandse samenleving. En dat maakt de problemen alleen maar groter.”
Samen vrijheid delen
”Wat er moet gebeuren? Ik vind dat we moeten ophouden met het praten
over Nederlanders en Marokkanen. Dat roept een scheiding op die onnodig is.
Laten we het hebben over Nederlanders van Marokkaanse afkomst, want dan doen
we hen recht. Meedoen met de Nederlandse samenleving geeft rechten en plichten,
dat beseft nagenoeg iedereen omdat je anders geen samenleving hebt. De liefde
moet wel van twee kanten komen. Wie respecteert, mag ook verwachten
gerespecteerd te worden. Heel veel jongeren van Marokkaanse afkomst willen
integreren en zijn daar door werk en studie heel druk mee bezig. Het is mijn
ideaal dat mijn kleinkinderen, die hier geboren zijn, niet meer scheef worden
aangekeken in de supermarkt omdat ze van Marokkaanse afkomst zijn. Ik zou
willen dat ze zich welkom voelen als persoon en met hun ambities om aan de
Nederlandse samenleving bij te dragen. Het uitbrengen van informatiemateriaal
voor kinderen en jongeren over een stukje gezamenlijke geschiedenis van de
Tweede Wereldoorlog, kan daar een belangrijke rol in spelen. Eenderde van de
geallieerde soldaten die in Zuid Europa landden om de vrijheid te brengen,
bestond uit Marokkanen. Jongeren mogen trots zijn op hun Marokkaanse afkomst
omdat zoveel Marokkanen hebben gevochten voor de vrijheid van Europeanen.”

Informatiemonument
“Nadat de Stichting MO in Amsterdam een klein informatieboekje had
uitgegeven met steun van de Amsterdamse overheid, waren enkele kamerleden
verontwaardigd. ‘Nu hebben Marokkaanse jongeren de dodenherdenking verstoord
en dan worden ze ook nog beloond voor hun daden’, zeiden ze. Ik vind dat wel
een heel eenzijdige kijk op de werkelijkheid. En het versterkt de
voedingsbodem van vooroordelen en haat. Niemand in Nederland wil wangedrag
belonen. We delen samen een geschiedenis en we delen de kostbare vrijheid in
dit land. Het informatiemateriaal dat we in voorbereiding hebben, is bedoeld
voor alle inwoners van Nederland, te beginnen bij de kinderen vanaf een jaar
of 10. Ik hoop ook dat politici er kennis van nemen en de media er over
willen berichten omdat er geweldige kansen liggen. Samen met enkele
instellingen heb ik geijverd voor een monument. Het zou ook een vorm van
erkenning zijn wanneer er een gedenkteken zou komen, ter nagedachtenis aan de
ouders, familieleden en landgenoten die sneuvelden voor de vrijheid. De
officiële instanties in Nederland voelen daar nog niet veel voor en het
huidige klimaat is er wellicht ook niet zo geschikt voor. Ik ben van mening
dat het er wel eens van moet komen. Ik hoop dat we met het
informatiemateriaal een monument van kennis en wederzijds begrip kunnen
oprichten.”
|