Het boek "Geweld genoeg!"

Zie ook:
Inhoudsopgave "Geweld genoeg!"


Fragment uit "Geweld genoeg!"

Geweld en televisie: wat staat vast?

Samengevat komen de wetenschappelijke bevindingen over het verband tussen televisie en geweld op het volgende neer:

(1). Het geweld op het scherm is de laatste jaren toegenomen:
er worden meer geweldfilms getoond en het geweld wordt harder en realistischer. Men kan spreken van een opbod omwille van de kijkcijfers. Het minste wat men mag stellen is dat geweld (bepaalde) mensen aanspreekt.

(2). Als kinderen naar geweldbeelden kijken, gebeurt het dat ze zich op hun beurt meer agressief gaan gedragen.
Dit effect wordt vooral kort na het bekijken van een film vastgesteld. De opgewekte agressie vertaalt zich dan in stompen, schoppen, jennen of het nabootsen van het getoonde (verbale) geweld.
De gevolgen op lange termijn kunnen niet echt gemeten worden. Toch stelt men vast dat geweld- en gruwelfilms bijzonder veel aantrekkingskracht uitoefenen op kinderen of jongeren met een agressieve grondhouding. Dergelijke films verankeren als het ware hun agressieve attitude, bieden een uitlaatklep of zetten aan tot nieuw of ander geweld. Het is niet uitzonderlijk dat misdadigers inspiratie putten uit sommige van deze films. Dezelfde groep - meestal veelkijkers - raakt in die mate gewend aan al die gruwel of dat geweld dat ze niet meer opkijken van een 'doodgewone' vechtpartij of van een deskundig in beeld gebrachte moord. Hun invoelvermogen raakt afgestompt. Zelfs reëel geweld vinden ze met de tijd 'best te doen'. Agressief gedrag (verbaal of fysiek) wordt door hen als normaal beschouwd. Het is de manier bij uitstek om voor je rechten of voor je eigen zin op te komen.


(3). Wie veel naar geweld- en misdaadfilms kijkt, blijkt hieraan een vertekend beeld van de samenleving over te houden
:
de aard en de omvang van het geweld in de samenleving wordt door deze mensen duidelijk overschat. Vandaar dat ze zich op straat, in de metro, of in hun eigen huis vaak niet meer op hun gemak voelen. Die vertekening van het wereldbeeld is groter naarmate men verder afstaat van de verfilmde realiteit. Als de papa geen politieagent is, denk een kind al vlugger dat mensen met dit beroep heel dappere en schietgrage helden zijn, die zonder verpinken misdadigers inrekenen of op het kerkhof helpen.

(4). De angstreactie die hierboven reeds ter sprake kwam, laat zich ook bij kinderen heel duidelijk voelen.
Een doorsneekind blijft na het bekijken van nieuwsbeelden of van een geweld- of horrorfilm vooral met dit gevoel zitten. De fascinatie die dergelijke films uitoefenen, slaat nadien nogal eens om in allerlei angsten: kinderen durven niet meer alleen zijn, hebben schrik in het donker, zijn zo gespannen dat ze de slaap niet kunnen vatten, ontwikkelen hallucinaties... Hun slaap (en die van de ouders) wordt verstoord door angstdromen. Allemaal symptomen van 'filmangst'. Bepaalde beelden hebben zo'n bedreigende indruk gemaakt dat men ze niet kwijtraakt. Kinderen slagen er niet in deze beelden zomaar weg te filteren of opzij te zetten. Het suggestieve karakter van de film heeft in dat geval 'te goed' gewerkt.

 


Helft kinderen onder 12 jaar vindt enge televisie
'een beetje leuk'

"Amsterdam - De helft van de kinderen onder de twaalf jaar vindt enge televisie best 'een beetje leuk' om te zien. Veertien procent vindt het zelfs 'heel erg leuk'.

(...) Als kinderen naar enge dingen kijken, hebben ze verschillende manieren om zichzelf tot rede te brengen: ze weten dat het verhaal meestal goed afloopt, kijken even de andere kant uit of zetten de televisie even op een andere zender.
Dat ze van de televisie blijvende angst overhouden, ontkennen de meeste (van de 314 ondervraagde) kinderen. Dertig procent zegt in het afgelopen jaar na het televisiekijken nog één keer last van angstgevoelens te hebben gehad. Slechts vijf procent van de ondervraagde kinderen denkt dat dat nog wel vaker dan één keer gebeurde. Het allerengst is het als iemand wordt vermoord of gestoken. Van kinderontvoeringen of slaag, pistolen en geweren, oorlogen, vliegtuigongelukken en dierenmishandeling worden kinderen ook bang."
(Bron: Trouw, 1 maart 1997)

 

 

(5). Achter het geweld dat zich via de televisie ten toon spreidt, schuilt dikwijls een verborgen of indirecte boodschap: agressie is een aanvaardbare en aanbevelingswaardige manier om problemen of conflicten op te lossen.
Vermits die boodschap zich dikwijls herhaalt en in vele varianten wordt getoond, vrezen

deskundigen dat deze 'inprenting' haar effect op jeugdige kijkers niet zal missen. We moeten dan ook niet verschrikt of verontwaardigd opkijken als kinderen zich volgens deze agressieve waardeschaal gaan gedragen. Dit geldt overduidelijk voor kijkers die zich kritiekloos met dergelijke 'koele' helden identificeren.
De problematiek van de beeld(mis)vorming manifesteert zich evenzeer op het vlak van de seksuele rolomschrijving. Zo zien we dat in geweldfilms (en in heel wat muziekclips) jongens of mannen hun agressie op een andere manier uiten dan meisjes of vrouwen. Bovendien worden seks en geweld veelvuldig aan elkaar gekoppeld. Dan krijgen we een verheerlijking te zien van stoer machogedrag (mannen vechten hun problemen uit; hun spierkracht drukt hun macht uit; vrouwen zijn er om te behagen en om gewillig in te gaan op de mannelijke eisen of fantasieën). Vrouwen worden voorgesteld als behaagziek. Ze zijn verleidelijke seksobjecten die buigen voor de wil van de man, hun verlangens tellen niet; opstandige vrouwen zijn venijnig of ontrouw...

 

 

 

(6). Het is niet zo dat het bekijken van gewelddadige films en video's automatisch leidt tot meer agressief gedrag bij jeugdige kijkers. Wat men wel heeft vastgesteld is dat sommige bijkomende factoren een duidelijk drempelverlagend effect hebben. Zo zal agressie vlugger optreden als...

- de vertoonde beelden aansluiten bij de concrete ervaringswereld van het kind of de film ervaren wordt als 'écht' en geloofwaardig. De leeftijd van het kind speelt hier een belangrijke rol: jonge kinderen (tot een jaar of acht, negen) hebben het lastiger om fictie van realiteit te onderscheiden.

- het kinderen of jongeren zijn die zich graag identificeren met de 'sterkste' partij.Dit geldt des te meer als de held(en) bovendien nog beloond worden voor hun gedurfd verbaal en/of fysiek geweld.

- de jonge kijker meer overtuigd raakt van de idee dat je met geweld vooruit komt en dat agressie een goede en aanvaardbare manier is om problemen of geschillen op te lossen.

- de toeschouwer of kijker plezier beleeft aan het zien van gewelddadige beelden of situaties. Een dergelijk sadistisch genoegen roept vragen op en wordt ons inziens beter niet aangemoedigd.

- de omgeving eerder stimulerend dan corrigerend optreedt: er wordt enthousiast meegekeken en kritische of relativerende bedenkingen blijven achterwege.

 


(Terug) naar openingspagina Vredeseducatie