Fort De Bilt in de pers

Ons Utrecht 25 april 2007

 

 



 

 

 

Reformatorisch Dagblad 24 april 2007-05-04

 

 

Propaganda op een fonkelnieuw infobord

Tentoonstelling buitengebied Fort De Bilt geopend

 

UTRECHT - Aan het einde van de schietbaan van het Utrechtse Fort De Bilt prijken vier levensgrote foto’s. Op een daarvan staat een paard half in het water, de bijbehorende wagen is nog dieper weggezakt. Het is een Nederlandse propagandafoto uit 1939. „Komen jullie deze kant op, dan gebeurt dit, moest de plaat duidelijk maken.”

 

Even voorbij de toegangspoort van het fort aan de Biltsestraatweg, net buiten het centrum van Utrecht, schildert een jongen keurig afgezaagde boomstammetjes felgroen. „Die ga ik vanmiddag nog de grond in slaan”, zegt directeur Jan Durk Tuinier van Stichting Vredeseducatie, waar Fort De Bilt deel van uitmaakt. De paaltjes moeten bezoekers de weg gaan wijzen op het fortterrein. Vanaf zaterdag, want dan houdt Fort De Bilt open dag. Dan gaat ook de nieuwe buitententoonstelling officieel van start.

 

Het verdedigingswerk maakt deel uit van de Nieuwe Hollandse Waterlinie en moest de Biltsestraatweg, toen de belangrijke verbindingsweg tussen Utrecht en Arnhem, afsluiten voor de vijand. Die weg, die eerst om het fort heen lag, loopt overigens vanwege de toegenomen verkeersdrukte sinds 1930 dwars eroverheen. Het deel ten zuiden van de straat is nu nog in handen van de marechaussee.

 

Op het noordelijk deel van het fort, dat in dit jaargetijde oogt als een frisgroen park, is de schietbaan prominent aanwezig. Het imposante bouwsel, bestaand uit een aantal achter elkaar geplaatste bogen, is jonger dan de rest van het fort, dat verrees tussen 1816 en 1879. Soldaten gebruikten de baan tussen 1935 en 1980 als oefenterrein. Tuinier wijst naar de poortjes. „Als je hier doorheen kijkt, lijkt de schietschijf verder weg. Zo konden de militairen beter oefenen.”

 

Naast de baan staat een fonkelnieuw informatiebord. Het is een van de vijf panelen die, samen met de minitentoonstellingen in diverse gebouwen van het fort, bezoekers moeten laten lezen en zien wat zich in het verleden rond het fort afspeelde. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden op dit vestingwerk 140 verzetsmensen doodgeschoten. Direct na de oorlog bevolkten NSB’ers met hun vrouwen en andere collaborateurs het terrein.

 

Maar ook minder in het oog schietende historische weetjes zijn niet vergeten. Het bord op het bastion aan de fortgracht toont een foto met hobbelige, scherpe ijsschotsen die rechtop in de gracht staan. „In vorstperiodes maakten de jongens van ijsschotsen een muur. Dat werd veel geoefend”, weet Tuinier.

 

Met de huidige aanpassingen wil het fort meer volwassenen gaan trekken. Nu richt het zich met name op schoolklassen voor zogenaamde vredeseducatie. „We geven de kinderen altijd een briefje mee met de vraag of hun ouders ook eens komen”, zegt Tuinier. Dat maakt het bezoek volgens hem effectiever. „Ouders en kinderen kunnen dan samen napraten: Wat betekent vrijheid? Dat alles kan? Of moeten er juist regels zijn?”

 

Reformatorisch Dagblad

Mariëlle Oussoren-Buys

Geplaatst: 20-04-2007 | 11:24

 

Reformatorisch Dagblad 2 oktober 2006:

 


….gepest….

 


Utrechts Nieuwsblad 11 oktober 2006:

 


Scholieren van de School met de Bijbel arriveren op Fort De Bilt

 

 

 

 

 


 

Visser zegt dat het Herinneringscentrum zich duidelijk onderscheidt van andere oorlogsmusea. “Wij hebben geen collectie. In ons centrum hangen geen uniformen en andere zaken aan de hand waarvan de kinderen kunnen zien hoe erg de Tweede Wereldoorlog was”. In Fort De Bilt volgen de bezoekers een soort speurtocht en leren zo spelenderwijs aan welke mechanismen aan het ontstaan van oorlog ten grondslag liggen”.

(Berber Schrijver in Utrechts Nieuwsblad 3 mei 2001)

 


“In hoeverre de tentoonstelling leidt tot gedragsverandering is nauwelijks meetbaar. Wat in ieder geval blijkt uit de evaluaties, is dat alle scholen enthousiast zijn, dat kinderen waarderen dat er naar hun eigen mening wordt gevraagd, dat ze er op school zélf op terugkomen en dat ze allemaal – tot grote verbazing van de docenten – anderhalf uur serieus en geconcentreerd bezig kunnen zijn”.
(Pauline Weseman in Utrecht Nieuwsblad 7 juni 2001)

 


“We willen het verzet van zijn heroďsme ontdoen”, aldus Tuinier. “Daarom eindigen we de rondleiding met een fax die we versturen naar generaal Than She in Miyanmart (Birma). Daar wordt Min Ko Naing, een studentenleider vastgehouden. Met die fax protesteren we tegen zijn gevangenschap om politieke redenen en vragen we om opheldering aan de generaal. Als je dan met een groepje kinderen rondom die fax staat, merk je dat het op een gegeven moment stil wordt. Dan valt het kwartje: ‘Nu pleeg ik ook verzet’.
(Jacqueline Kuijpers in NRC 23 juni 2001)

 


"Na enig gekruip door de duistere spelonken van het fort, komen basisscholieren terecht in een ruimte waar vroeger het geschut op het oosten stond gericht. Want uit die richting was de vijand te verwachten. Nu krijg je loerend door de schietruimte een bord te zien met daarop een tekst van Remco Campert `Jezelf een vraag stellen, daarmee begint verzet. En dan die vraag aan een ander stellen'. Zo'n tekst brengt het zijn van verzetsheld opeens erg dichtbij."
(
Bas Groenendijk in het Algemeen Dagblad 22 april 1999)


Ergens in de oude kazerne liggen vijf koffers met allerlei spullen erin. Die koffers zijn van mensen die in de afgelopen eeuw ergens voor op de vlucht zijn gegaan. Erboven hangen foto's van de vluchtelingen. Een van de koffers is van Jasmin uit Bosnië. De vraag is: Welke? Even goed snuffelen en het antwoord is duidelijk: want in één koffer ligt een kaart van Joegoslavië."
(
Nederlands Dagblad 5 juni 1999)


"Op een ander punt in de tentoonstelling krijgen de leerlingen stellingen voorgeschoteld. Zij moeten uitmaken of het wel of geen vooroordelen zijn. Om het volgende gedeelte van het herinneringscentrum te bezoeken, moeten de leerlingen kiezen uit twee poorten. De ene poort is voor kinderen zonder vooroordelen en de andere voor kinderen met vooroordelen. Enthousiast stappen de meesten op de eerste poort af. Helaas, een houten plank verhindert de doorgang. Kinderen zonder vooroordelen bestaan namelijk niet."
(Herbert van Daalen in het Reformatorisch Dagblad 5 juni 1999)


"De kinderen `doen' de tentoonstelling in groepjes van twee. Er zijn 52 vragen en opdrachten. Hassan Alboutaibi (12) en Mirjam Yougil (12) zijn bezig met het thema `gewoon' en `vreemd'. Bordjes met stellingen hangen ze bij `gewoon' of `vreemd'. `Varkensvlees eten' bijvoorbeeld hangen zij bij vreemd. Moslims eten dit vlees niet. Maar zij zijn zich ervan bewust dat veel Nederlandse mensen varkensvlees eten juist weer gewoon vinden."
(Berber Schrijver in het Utrechts Nieuwsblad 8 juni 1999)


De tentoonstelling en de educatieve route op het buitenterrein zijn ingericht vanuit de gedachte dat we de omgekomen verzetsstrijders uit de Tweede Wereldoorlog het beste kunnen gedenken door met kinderen en jongeren te oefenen in de idealen die de aanleiding waren voor hun verzet. De opzet hiervan is zeer geslaagd. Boeiend voor jong en oud. Hulde aan de samenstellers.
(Joop Vos in Kontakt, blad van Voormalig Verzet Nederland, juni/juli 1999)